Zitting van 26 maart 2026

 

Aanwezig de dames en heren:

Bert De Wit: Burgemeester;

Bertrand Eraly, Elynn Van Uffel, Nico Scheers, Diana Van Leemputten, Diane Willems: Schepenen;

Jan Van Herck: Voorzitter;

Paul Dams, Nadia Van Beughem, Leo Van Win, Alain Verschaeren, Chris Lievens, Christoph Torfs, Luc Goffin, Joris Heremans, Katrien van Gilse, Jolien Wittemans, Steven De Haes, Hannah Desaever, Conan Mattheus, Sonja Van Espen, Kimberley Leys, Mario Mergaerts, Ludovic Geuens, Paul Mergaerts: Raadsleden;

Wim Vandenbroeck: Algemeen directeur;

 

Vanaf punt P.8 vervoegt Bertrand Eraly, Schepen de zitting.

 

 

 

Overzicht punten

 

Zitting van 26 maart 2026

 

Afdeling P&O

 

Personeel

P.3. Dossiernaam: Eedaflegging financieel directeur
Onderwerp: Eedaflegging financieel directeur gemeente en OCMW

 

 

Voorgeschiedenis

26 maart 2026: Door de gemeenteraad werd Veerle Willems aangesteld als financieel directeur voor gemeente en OCMW Tremelo.

 

Feiten en context

1 april 2026: Indiensttreding van Veerle Willems als financieel directeur.

 

Juridische grond

Decreet lokaal bestuur (DLB) - artikel 163

 

Argumentatie

Het is wettelijk verplicht dat de financieel directeur haar eed aflegt in openbare zitting van de gemeenteraad.

 

BESLUIT

Art. 1:

Mevrouw Veerle Willems, legt in handen van de gemeenteraadsvoorzitter haar eed af als volgt "Ik zweer de verplichtingen van mijn ambt trouw na te komen".

 

 

 

Publicatiedatum: 28/04/2026
Overzicht punten

 

Zitting van 26 maart 2026

 

Afdeling P&O

 

Secretariaat

P.4. Dossiernaam: Gemeenteraadsvergadering 26 februari 2026
Onderwerp: Goedkeuring notulen

 

 

Voorgeschiedenis

26 februari 2026: gemeenteraadsvergadering

 

Juridische grond

22 december 2017: Decreet Lokaal Bestuur artikel 32. De gemeenteraad keurt, mits eventuele aanpassingen, de notulen van de vorige raadszitting goed.

 

BESLUIT

eenparig

 

Art. 1:

De raad keurt de notulen van de zitting van 26 februari 2026 goed.

 

 

 

Publicatiedatum: 28/04/2026
Overzicht punten

 

Zitting van 26 maart 2026

 

Afdeling Grondgebiedzaken

 

Ruimtelijke ordening

P.5. Dossiernaam: OV20259VV Zaak der wegen (deel 1)
Onderwerp: Gemeenteraadsbeslissing van aanvraag omgevingsvergunning OMV_2025107436 (20259VV); van Feyaerts Benny voor het verkavelen van gronden (het creëren twee bouwloten voor ééngezinswoningen in halfopen bebouwing) op het perceel gelegen Processieweg zn, gekadastreerd afd. 1 sectie C nr. 285M.

 

 

Voorgeschiedenis

        8 september 2025 ontvangst aanvraag OMV_2025107436 (20259VV). Het betreft een aanvraag voor een nieuwe verkaveling (het creëren twee bouwloten voor ééngezinswoningen in open bebouwing) en het plaatselijk verbreden van de rooilijn t.h.v. het bouwlot d.m.v. een vrijwillige grondafstand om ingelijfd te worden in het openbaar domein, gekadastreerd afd. 1 sectie C nrs. 285M.

        Openbaar onderzoek van 26 oktober 2025 tot 24 november 2025.

        Er werden twee bezwaarschriften ontvangen.

        Er werden vijf adviezen ontvangen na de aanvraag.

        30 januari 2026 ontvangst wijzigingsverzoek. Het betreft een aanvraag voor een nieuwe verkaveling (het creëren twee bouwloten voor ééngezinswoningen in halfopen bebouwing) en het plaatselijk verbreden van de rooilijn t.h.v. het bouwlot d.m.v. een vrijwillige grondafstand om ingelijfd te worden in het openbaar domein, gekadastreerd afd. 1 sectie C nrs. 285M.

        Tweede openbaar onderzoek van 15 februari 2026 tot 16 maart 2026.

        Er werd een bezwaarschrift ontvangen.

        Er werden vier adviezen ontvangen na de aanvraag.

        Een tracé met grondafstand op te nemen in een goed te keuren rooilijnplan.

 

Feiten en context

        Het rooilijnplan volgt in dit dossier de mogelijkheid bij uitzondering van de geïntegreerde procedure zoals voorzien in het artikel 31 van het Omgevingsvergunningsdecreet van 25 april 2014 en latere wijzigingen.

        Hierbij doet de gemeenteraad, na het behandelen van relevante bezwaren en adviezen, in eerste

 instantie en via een apart punt, een uitspraak over het nieuwe rooilijnplan met inbegrip van de

  eventuele aanleg, wijziging, verplaatsing of opheffing van bestaande voetwegen. En dit dus

  voorafgaand het punt over de zaak der wegen waarbij nog andere aspecten aan bod komen.

        Over de volledige aanvraag - inclusief rooilijnplan, werd een tweede openbaar onderzoek georganiseerd van 15 februari 2026 tot 16 maart 2026.

        Er werden tijdens het openbaar onderzoek een bezwaarschrift ontvangen.

        Via het omgevingsloket werden vier adviezen bekomen.

         Meer bepaald van:

  - Fluvius d.d. 17 februari 2026

  - Proximus d.d. 11 februari 2026

  - De Watergroep d.d. 11 februari 2026

   - Wyre d.d. 12 februari 2026

 

Juridische grond

Het decreet lokaal bestuur van 22 december 2017 en latere wijzigingen.

De Vlaamse Codex Ruimtelijke ordening van 15 mei 2009 en latere wijzigingen.

Het decreet van 25 april 2014 betreffende de omgevingsvergunning en latere wijzigingen. Met inzonderheid van:

Art. 31 voor wat betreft de aanleg, wijziging, verplaatsing of opheffing van gemeentewegen:

§2

Als de aanvraag de aanleg, wijziging, verplaatsing of opheffing van een gemeenteweg omvat, roept het college van burgemeester en schepenen, in voorkomend geval op verzoek van de bevoegde overheid, vermeld in artikel 15, de gemeenteraad samen om te beslissen over de aanleg, wijziging, verplaatsing of opheffing van de gemeenteweg.

De gemeenteraad spreekt zich uit over de ligging, de breedte en de uitrusting van de gemeenteweg, en over de eventuele opname in het openbaar domein. Hierbij wordt rekening gehouden met de doelstellingen en principes, vermeld in artikel 3 en 4 van het decreet van 3 mei 2019 houdende de gemeentewegen, en in voorkomend geval met het gemeentelijk beleidskader en afwegingskader, vermeld in artikel 6 van het decreet van 3 mei 2019 houdende de gemeentewegen.

De gemeenteraad kan daarbij voorwaarden opleggen en lasten verbinden, die de bevoegde overheid in de eventuele vergunning opneemt.

 

Art. 31/1 voor wat betreft de beroepsmogelijkheden:

§1

Tegen het besluit van de gemeenteraad over de aanleg, wijziging, verplaatsing of opheffing van een gemeenteweg kan in het kader van een schorsend administratief beroep tegen de vergunningsbeslissing een georganiseerd administratief beroep worden ingesteld bij de Vlaamse Regering door de personen of instanties, vermeld in artikel 53. De vereiste, vermeld in artikel 53, tweede lid, is ook van toepassing op het beroep tegen het besluit van de gemeenteraad. Het beroep leidt tot de vernietiging van het bestreden besluit of tot de afwijzing van het beroep op grond van de onontvankelijkheid of de ongegrondheid ervan.

§4

De Vlaamse Regering neemt een beslissing over het beroep binnen een termijn van negentig dagen, die ingaat de dag na de ontvangst van het dossier, vermeld in paragraaf 3. Die termijn is een termijn van orde. De Vlaamse Regering brengt de indiener van het beroepschrift, de bevoegde overheid en de gemeente onmiddellijk op de hoogte van haar beslissing.

§5

Het besluit van de gemeenteraad over de aanleg, wijziging, verplaatsing of opheffing van een gemeenteweg kan alleen worden vernietigd:

1° wegens strijdigheid met het decreet van 3 mei 2019 houdende de gemeentewegen;

2° wegens strijdigheid met de doelstellingen en principes, vermeld in artikel 3 en 4 van het decreet van 3 mei 2019 houdende de gemeentewegen, en in voorkomend geval het gemeentelijk beleidskader en afwegingskader, vermeld in artikel 6 van hetzelfde decreet;

3° wegens de niet-naleving van een substantiële vormvereiste.

 

Het besluit van de Vlaamse Regering van 27 november 2015 tot uitvoering van het decreet van 25 april 2014 betreffende de omgevingsvergunning en latere wijzigingen.

Het decreet van 3 mei 2019 houdende de gemeentewegen en latere wijzigingen. Van kracht vanaf 1 september 2019.

Met inzonderheid van:

Art. 3

Dit decreet heeft tot doel om de structuur, de samenhang en de toegankelijkheid van de gemeentewegen te vrijwaren en te verbeteren, in het bijzonder om aan de huidige en toekomstige behoeften aan zachte mobiliteit te voldoen.

Om de doelstelling, vermeld in het eerste lid, te realiseren voeren de gemeenten een geïntegreerd beleid, dat onder meer gericht is op:

1° de uitbouw van een veilig wegennet op lokaal niveau;

2° de herwaardering en bescherming van een fijnmazig netwerk van trage wegen, zowel op recreatief als op functioneel vlak.

Art. 4:

Bij beslissingen over wijzigingen van het gemeentelijk wegennet wordt minimaal rekening gehouden met de volgende principes:

1° wijzigingen van het gemeentelijk wegennet staan steeds ten dienste van het algemeen belang;

2° een wijziging, verplaatsing of afschaffing van een gemeenteweg is een uitzonderingsmaatregel die afdoende wordt gemotiveerd;

3° de verkeersveiligheid en de ontsluiting van aangrenzende percelen worden steeds in acht genomen;

4° wijzigingen aan het wegennet worden zo nodig beoordeeld in een gemeentegrensoverschrijdend

perspectief;

5° bij de afweging voor wijzigingen aan het wegennet wordt rekening gehouden met de actuele functie van de gemeenteweg, zonder daarbij de behoeften van de toekomstige generaties in het gedrang te brengen. Daarbij worden de ruimtelijke behoeften van de verschillende maatschappelijke activiteiten gelijktijdig tegen elkaar afgewogen.

Art. 12

§ 2. Eerste en tweede alinea:

In afwijking van artikel 11 kan de aanleg, wijziging, verplaatsing of opheffing van een gemeenteweg met overeenkomstige toepassing van artikel 31 van het decreet van 25 april 2014 betreffende de omgevingsvergunning opgenomen worden in een omgevingsvergunning voor stedenbouwkundige handelingen of een omgevingsvergunning voor het verkavelen van gronden, voor zover die wijziging past in het kader van de realisatie van de bestemming van de gronden.

Die mogelijkheid geldt voor zover het aanvraagdossier een ontwerp van rooilijnplan bevat dat voldoet aan de bij en krachtens dit decreet gestelde eisen op het vlak van de vorm en inhoud van gemeentelijke rooilijnplannen of voor zover het een grafisch plan met aanduiding van de op te heffen rooilijn bevat.

 

Als de beoogde wijziging, verplaatsing of opheffing betrekking heeft op een gemeentelijk rooilijnplan dat niet in een ruimtelijk uitvoeringsplan is opgenomen - hier NIET het geval-, neemt de gemeenteraad eerst een beslissing over het al dan niet wijzigen of opheffen van het gemeentelijk rooilijnplan, alvorens te beslissen over de goedkeuring, vermeld in artikel 31 van het decreet van 25 april 2014 betreffende de omgevingsvergunning.

 

Art. 28 :

§ 3. Laatste alinea:

Waardeverminderingen en waardevermeerderingen ingevolge wijzigingen of verplaatsingen van een gemeenteweg op een goed van dezelfde eigenaar door de toepassing van dit decreet worden geacht elkaar te neutraliseren.

§ 4.:

Dit artikel doet geen afbreuk aan de mogelijkheid voor vergunningverlenende overheden tot het opleggen van de last tot gratis overdracht van in een vergunningsaanvraag vermelde openbare wegen en aanhorigheden en van de gronden waarop die worden of zullen worden aangelegd, vermeld in artikel 75, derde lid, van het decreet van 25 april 2014 betreffende de omgevingsvergunning.

 

Advies

Er wordt kennis genomen van de ingediende bezwaren en externe adviezen die specifiek verband houden met de voorliggende aanpassing van de rooilijn. Met name de plaatselijke verbreding van gemeenteweg - chemin nr 39.

 

Er wordt door de dienst omgeving advies gegeven over elementen van de tijdens het openbaar onderzoek ingediende bezwaren die al dan niet rechtstreeks of onrechtstreeks betrekking hebben op de infrastructurele aanleg en inrichting bij de aanleg, wijziging, verplaatsing of opheffing van gemeentewegen en nieuwe wegen in het projectgebied.

 

Bezwaarschriften

Er werden een bezwaar ingediend.

De bezwaren hebben geen verband met de verbreding van de gemeenteweg nr 39 - nieuwe rooilijn.

Derhalve zijn deze bezwaren in kader van de aanpassing van de bestaande rooilijn niet relevant.

 

Externe adviezen

Er werden vier externe adviezen van de aanwezige netwerkbeheerders ingediend. Zijnde Fluvius, De Watergroep, Proximus en Wyre.

De adviezen van Proximus en Wyre zijn gunstig.
De twee andere adviezen zijn gunstig met voorwaarden, maar slaan niet terug op de plaatselijke aanpassing van de rooilijn ter verbreding van de gemeenteweg nr 39.

 

Intern advies

De dienst Openbare werken Tremelo geeft een gunstig advies.

Door de dienst omgeving wordt bevestigd dat de plaatselijke verbreding van de rooilijn in dit project noodzakelijk is omwille van de behoefte aan een berm die al dan niet geplande toekomstige netuitbreidingen en eventueel ruimte voor water en infiltratie moet mogelijk maken.

 

Algemeen besluit over de adviezen en behandeling van de bezwaren:

Gelet op de afdoende motivatie en de vormvereisten van de aangeleverde plannen en documenten die werden opgeladen op het omgevingsloket, wordt voorgesteld om het "rooilijnplan", zoals bijgevoegd bij de omgevingsvergunningsaanvraag OMV_2025107436 (20259VV) Projectinhoudversie V4 goed te keuren.

 

Argumentatie

De gemeenteraad spreekt zich uit over de goedkeuring van de wijziging van buurtweg Processieweg (Chemin nr. 39), na toetsing aan de bepalingen van het gemeentewegendecreet.

Bijgevolg keurt de gemeenteraad de wijziging van buurtweg Processieweg (Chemin nr. 39) goed.

 

En keurt de weerlegging van het bezwaar, zoals opgenomen in het advies van dit besluit, goed.

 

BESLUIT

eenparig

 

Art. 1:

De gemeenteraad keurt het rooilijnplan goed.

Deze plannen behorende bij OMV_2025107436 (20259VV), projectinhoudversie V4, worden goedgekeurd via de geïntegreerde procedure bij de voornoemde omgevingsvergunningsaanvraag.

 

Art. 2:

In het kader van de zaak der wegen zal een gratis grondafstand als last bij de aanvraag worden opgelegd om opgenomen te worden in het openbaar domein.

 

Art. 3:

Een afschrift van deze beslissing wordt toegevoegd aan de aanvraag tot de omgevingsvergunning OMV_2025107436 (20259VV).

 

Art. 4:

Tegen dit besluit van de gemeenteraad kan binnen de 30 dagen in het kader van een schorsend administratief beroep tegen de vergunningsbeslissing een georganiseerd administratief beroep worden ingesteld bij de Vlaamse Regering. De procedure van dit beroep verloopt volgens art. 31/1 van het Omgevingsdecreet.

 

 

 

Publicatiedatum: 28/04/2026
Overzicht punten

 

Zitting van 26 maart 2026

 

Afdeling Grondgebiedzaken

 

Ruimtelijke ordening

P.6. Dossiernaam: OV20259VV Zaak der wegen (deel 2)
Onderwerp: Gemeenteraadsbeslissing van aanvraag omgevingsvergunning OMV_2025107436 (20259VV); van Feyaerts Benny voor het verkavelen van gronden (het creëren twee bouwloten voor ééngezinswoningen in halfopen bebouwing) op het perceel gelegen Processieweg zn, gekadastreerd afd. 1 sectie C nr. 285M.

 

 

Voorgeschiedenis

        8 september 2025 ontvangst aanvraag OMV_2025107436 (20259VV).  Het betreft een aanvraag voor een nieuwe verkaveling (het creëren twee bouwloten voor ééngezinswoningen in open bebouwing) en het plaatselijk verbreden van de rooilijn t.h.v. het bouwlot d.m.v. een vrijwillige grondafstand om ingelijfd te worden in het openbaar domein, gekadastreerd afd. 1 sectie C nrs. 285M.

        Openbaar onderzoek van 26 oktober 2025 tot 24 november 2025.

        Er werd een bezwaarschrift ontvangen.

        Er werden zes adviezen ontvangen na de aanvraag.

        26 maart 2026 GR beslissing houdende goedkeuring aangepaste rooilijn ter verbreding gemeenteweg - Chemin nr. 39 als eerste onderdeel van de zaak der wegen conform het Art.12,§2. tweede alinea zoals het decreet van 3 mei 2019 houdende de gemeentewegen en latere wijzigingen - en van kracht vanaf 1 september 2019- voorschrijft.

 

Feiten en context

Betreffende de zaak der wegen wordt, na het punt over de goedkeuring van de rooilijn, het dossier verder nagezien op vlak van infrastructuur en ter goedkeuring aan de gemeenteraad voorgelegd.

Hierbij kunnen voorwaarden en lasten worden opgelegd.

Het dossier wordt nagezien en geverifieerd met de adviezen, evenals de behandeling van de onderdelen van de bezwaren die rechtstreeks of onrechtstreeks verband houden met de zaak der wegen.

 

Juridische grond

Het Besluit van de Vlaamse Regering van 27 november 2015 tot uitvoering van het decreet van 25 april 2014 betreffende de omgevingsvergunning bepaalt in artikel 47 het volgende:

Als de vergunningsaanvraag wegenwerken omvat waarvoor de gemeenteraad beslissingsbevoegdheid heeft, neemt de gemeenteraad daarover een besluit. De gemeenteraad neemt daarbij kennis van de standpunten, opmerkingen en bezwaren die zijn ingediend tijdens het openbaar onderzoek.

Uiterlijk tien dagen na de gemeenteraadszitting stelt de gemeente de gemeenteraadsbeslissing ter beschikking hetzij van de bevoegde omgevingsvergunningscommissie als die advies moet verlenen, hetzij van het bevoegde bestuur als geen advies van een omgevingsvergunningscommissie vereist is

 

De bevoegdheid van de gemeenteraad strekt zich enkel uit tot de aanleg en de uitrusting van de wegen. Onder meer de nutsvoorzieningen, (bron: RvS (10e k.) 23 februari 2011, nr. 211.456, Bakelants; RvS (10e k.) 23 februari 2011, nr. 211.457, Van de Vel en Vercammen.) keuze van bestrating of wegverharding, (bron: RvS (10e k.) 23 februari 2011, nr. 211.456, Bakelants; RvS (10e k.) 23 februari 2011, nr. 211.457, Van de Vel en Vercammen.) berm, voet- en fietspaden, aanleg van wegboorden, (bron: RvS (13e k.) 24 januari 2008, nr. 178.932, Deconinck) beplanting tussen de weg en de voet- en fietspaden, aansluitingen op de riolering, en rooilijnen vallen daaronder. (bron: X, “De gemeenteraad en de ‘zaak van de wegen’: bevoegd all the way”, TOO 2013, 2, 244 (243).)

 

Niet enkel bij de aanleg van een nieuwe weg dient de gemeenteraad tussen te komen, ook bij de wijziging van een bestaande weg moet hij dit doen.(bron: RvS (13e k.) 4 december 2008, nr. 188.523, Helleputte; RvS (13e k.) 1 juni 2010, 204.578, Delloue en Helleputte.) net als de doortrekking van reeds bestaande water-, elektriciteits-, telefoon- en teledistributieleidingen. (bron: RvS (13e k.) 27 april 2010, nr. 203.317, Hully en Jaoui)

 

De beoordeling door de gemeenteraad is beperkt tot de zaak van de wegen zelf en derhalve tot het tracé en de uitrusting van de wegen. Het bevat geen beoordeling over de verkavelingsaanvraag en de verenigbaarheid met de goede ruimtelijke ordening, deze bevoegdheid komt toe aan het college van burgemeester en schepenen. (bron: RvVb (4e k.) 18 maart 2014, nr. A/2014/0190, Cauwenberghs en Bibot; RvVb (4e k.) 18 maart 2014, nr. A/2014/0191, Truyts; RvVb (3e k.) 25 maart 2014, nr. A/2014/0215, stad Antwerpen.)

Indien de gemeenteraad evenwel tijdens het openbaar onderzoek ingediende bezwaren, welke geen betrekking hebben op de zaak van de wegen, weerlegt, dienen deze louter als een overtollig motief te worden gekwalificeerd. De onwettigheid daarvan kan in geen geval tot de vernietiging van het gemeenteraadsbesluit leiden.(bron: RvS (10e k.) 16 september 2011, nr. 215.175, Van Schoubroeck e.a.; RvS (10e k.) 30 oktober 2012, nr. 221.236, Van De Woestyne en Verbiest.)

Het college van burgemeester en schepenen kan wel slechts een verkavelingsvergunning verlenen indien de gemeenteraad een positieve beslissing heeft genomen aangaande de wegenis.(bron: RvVb (3e k.) 16 januari 2013, nr. S/2013/0012; RvVb (3e k.) 25 maart 2014, nr. A/2014/0215, stad Antwerpen.)

Daarbij dient het college van burgemeester en schepenen te handelen in overeenstemming met de beslissing van de gemeenteraad, inclusief een overname van de eventuele voorwaarden en lasten die de gemeenteraad heeft opgelegd.

Enige uitzondering op deze strikte chronologie is dat de gemeenteraad niet hoeft tussen te komen, indien het college van burgemeester en schepenen van oordeel is dat de vergunningsaanvraag sowieso moet geweigerd worden. (bron: RvS (13e k.) 17 juli 2002, nr. 109.458, Loosen en Lounis; RvS (10e k.) 30 oktober 2012, nr. 221.236, Van De Woestyne en Verbiest.)

 

Bepalend voor de bevoegdheid van de gemeenteraad is of de wegenis openbaar gebruikt gaat worden: het is de bestemming van de weg die ertoe doet, niet de vraag of het eigendomsrecht op die weg al dan niet privaat blijft. Een weg kan immers private eigendom zijn, maar toch openstaan voor openbaar gebruik (bron: RvS (10e k.) 9 september 2008, nr. 186.140, nv Matexi; R. VEKEMAN, “Stedenbouwkundige vergunning en aanleg van wegen in op te richten huizengroep”, TROS 2009, 56, 329 (328), noot onder RvS (10e k.) 9 september 2008, nr. 186.140, nv Matexi.

 

De voorafgaande beslissing van de gemeenteraad is slechts vereist, in zoverre het om de aanleg van wegen gaat die openbaar of nagenoeg openbaar zijn. Indien een private weg wordt aangelegd, moet de gemeenteraad geen beslissing nemen. (bron: RvS (10e k.) 26 juni 2007, nr. 172.771, Jacobs e.a.)

Of de weg bestemd wordt tot openbaar of privaat gebruik is een feitenkwestie die moet beoordeeld worden aan de hand van de concrete gegevens van de zaak. (bron:

RvS (10e k.) 1 juli 2003, nr. 121.145, Bruyneel, Bracke en Keymeulen; RvS (10e k.) 9 september 2008, nr. 186.140, nv Matexi.)

 

Het gemeenteraadsbesluit omtrent de aanleg van nieuwe wegen, de tracéwijziging en de verbreding of opheffing van bestaande gemeentelijke wegen is bindend, niet alleen voor het college van burgemeester en schepenen dat uitspraak doet over een aanvraag tot verkavelingsvergunning, maar ook voor de administratieve overheden die in beroep over deze aanvraag beschikken. Deze kan geen verkavelingsvergunning verlenen in strijd met de beslissing of zonder beslissing van de gemeenteraad daaromtrent (bron: RvS (10e k.) 28 januari 1998, nr. 71.278, gemeente Zemst)

 

Het gemeentewegendecreet bepaalt:

Artikel 8. (01/09/2019- ...)

Niemand kan een gemeenteweg aanleggen, wijzigen, verplaatsen of opheffen zonder voorafgaande goedkeuring van de gemeenteraad.

Artikel 12.

(…)

§ 2. In afwijking van artikel 11 kan de aanleg, wijziging, verplaatsing of opheffing van een gemeenteweg met overeenkomstige toepassing van artikel 31 van het decreet van 25 april 2014 betreffende de omgevingsvergunning opgenomen worden in een omgevingsvergunning voor stedenbouwkundige handelingen of een omgevingsvergunning voor het verkavelen van gronden, voor zover die wijziging past in het kader van de realisatie van de bestemming van de gronden. Die mogelijkheid geldt voor zover het aanvraagdossier een ontwerp van rooilijnplan bevat dat voldoet aan de bij en krachtens dit decreet gestelde eisen op het vlak van de vorm en inhoud van gemeentelijke rooilijnplannen of voor zover het een grafisch plan met aanduiding van de op te heffen rooilijn bevat.

 

Als de beoogde wijziging, verplaatsing of opheffing betrekking heeft op een gemeentelijk rooilijnplan dat niet in een ruimtelijk uitvoeringsplan is opgenomen, neemt de gemeenteraad eerst een beslissing over het al dan niet wijzigen of opheffen van het gemeentelijk rooilijnplan, alvorens te beslissen over de goedkeuring, vermeld in artikel 31 van het decreet van 25 april 2014 betreffende de omgevingsvergunning.

 

Artikel 47 van het besluit van de Vlaamse regering tot uitvoering van het decreet d.d. 25/04/2014 betreffende de omgevingsvergunning stipuleert dat als de vergunningsaanvraag wegenwerken omvat waarvoor de gemeenteraad beslissingsbevoegdheid heeft, de gemeenteraad daarover een besluit neemt. De gemeenteraad neemt daarbij kennis van de standpunten, opmerkingen en bezwaren die zijn ingediend tijdens het openbaar onderzoek.

 

Advies

        Inzake voorzieningen voor aardgas en elektriciteit werd het advies gevraagd aan Fluvius System Operator, Fluvius, Fluvius-Bouwadvies-Digitaal@fluvius.be

        Inzake voorzieningen voor telefoonaansluiting en telecommunicatie werd advies gevraagd aan Proximus, advies@proximus.com

        Inzake voorzieningen voor waterleiding werd advies gevraagd aan De Watergroep, adviesverlening@dewatergroep.be

        Inzake voorzieningen voor kabeldistributie werd advies gevraagd aan Wyre, Omgevingsloket Wyre, omgevingsloket@wyre.be

 

Aan volgende interne diensten werd tevens advies gevraagd:

        Mobiliteit Tremelo: mobiliteit@tremelo.be

        Openbare werken Tremelo: openbarewerken@tremelo.be

 

Bekomen adviezen:

        Fluvius System Operator cv

Voorwaardelijk gunstig. Voor dit project dienen geen werken uitgevoerd te worden binnen het project zelf, maar er zijn wel forfaitaire kosten verschuldigd voor investeringen buiten het project vereist om dit project aansluitbaar te maken op het distributienet.
De loten mogen pas worden verkocht wanneer de offerte met alle daarin beschreven verplichtingen door de verkavelaar werd ondertekend voor akkoord en vervolgens de facturen m.b.t. deze offerte vereffend zijn.

De dienst omgeving neemt akte van deze voorwaarden en neemt ze op als voorwaarde in de latere vergunning.

        Proximus

Gunstig advies. Ze voorzien geen netuitbreidingen

        De Watergroep

Voorwaardelijk gunstig

Voor de uitrusting van de verkaveling met een drinkwaterleiding op het openbaar domein moet door de initiatiefnemer onderstaand betaald worden:

 - een forfaitaire kost per bebouwbare kavel

 - een studiekost per project

Wanneer aan alle voorwaarden is voldaan zal De Watergroep de gemeente hiervan op de hoogte brengen. Vervolgens zal de gemeente, cfr. De Vlaamse Codex Ruimtelijke Ordening van 15 mei 2009 houdende de organisatie van de ruimtelijke ordening, een verkoopbaarheidsattest afleveren.

Iedere wooneenheid dient over een afzonderlijke watermeter te beschikken.
De plaats van de watermeter dient te beantwoorden aan de voorschriften van De Watergroep.
De kosten van de nieuwe aftakkingen zijn ten laste van de individuele aanvragers.

        Wyre

Gunstig advies. Ze voorzien geen netuitbreidingen.

  

Intern advies

Openbare werken Tremelo geeft een gunstig advies.

Het toegankelijk maken van het perceel is een laste van de verkavelaar.  Zo zal hij moeten instaan desgevallend voor het plaatsen van een grachtoverwelving (hier niet van toepassing) en/of het verwijderen van aanwezige beplanting op de strook die wordt afgestaan.  Dit betreft zowel bomen als planten.

De akte van gratis grondafstand is op kosten van de verkavelaar.

 

Er wordt kennis genomen van het ingediende bezwaar.

Het bezwaar omvat geen rechtstreekse elementen die verband houden met deze zaak der wegen.

 

Argumentatie

Het behoort de Processieweg, gekadastreerd Afd. 1 Sectie C nr. 285M gedeeltelijk en plaatselijk te verbreden door inlijving in het openbaar domein der wegenis van een strook grond zoals duidelijk staat aangeduid op de bijgevoegde plannen die werden onderworpen aan een openbaar onderzoek.  De gronden die noodzakelijk zijn voor de verbreding van deze weg zullen kosteloos door de gemeente verkregen worden zodat er geen schatting van de waarde nodig is.

Om de percelen bebouwbaar te maken zal de verkavelaar, die de vruchten plukt van de ontwikkeling, de nodige inspanningen moeten leveren. Hij zal de lasten inzake de voorziening van nutsvoorzieningen voorafgaandelijk op zich dienen te nemen.

Het toegankelijk maken van het perceel is eveneens ten laste van de verkavelaar. Zo zal hij moeten instaan desgevallend voor het plaatsen van grachtoverwelving en of het verwijderen van aanwezige beplanting op de strook die wordt afgestaan. Dit betreft zowel bomen als planten.

 

BESLUIT

eenparig

 

Art. 1:

In kader van verkavelingsaanvraag OMV_2025107436 (20259VV) neemt de gemeenteraad uitdrukkelijk kennis van de elementen der bezwaren die geformuleerd werden tijdens het openbaar onderzoek en die alleen rechtstreeks of onrechtstreeks verband houden met de zaak der wegen.

 

Art. 2:

De gemeenteraad geeft in kader van de zaak der wegen haar goedkeuring over de aanvraag omgevingsvergunning OMV_2025107436 (20259VV).

 

Art. 3:

De zaak der wegen omvat een inlijving in het openbare domein conform het rooilijnplan zoals goedgekeurd door gemeenteraad van 26 maart 2026.

De grond voor een gecumuleerde oppervlakte van 92ca, waarvan de inneming nodig is voor de uitvoering van het ontwerp zal gratis aangeschaft worden bij wijze van onteigening in der minne en om reden van openbaar nut.

De akte van gratis grondafstand, ten laste van de verkavelaar, zal opgemaakt worden door een notaris en namens de gemeente rechtsgeldig ondertekend worden door de burgemeester bijgestaan door de algemeen directeur.

Deze akte dient verleden te worden vooraleer een kavel te koop wordt aangeboden of aangewend wordt als bouwgrond.

 

Art. 4:

Aangaande de voorzieningen voor aardgas, elektriciteit en kabeldistributie, telefoonaansluiting en waterleiding dient te worden voldaan aan de adviezen van de nutsmaatschappijen:

- Inzake voorzieningen voor aardgas en elektriciteit werd het advies gevraagd aan Fluvius System Operator, Fluvius, Fluvius-Bouwadvies-Digitaal@fluvius.be

- Inzake voorzieningen voor telefoonaansluiting en telecommunicatie werd advies gevraagd aan Proximus, advies@proximus.com

- Inzake voorzieningen voor waterleiding werd advies gevraagd aan De Watergroep, adviesverlening@de watergroep.be

- Inzake voorzieningen voor kabeldistributie werd advies gevraagd aan Wyre, Omgevingsloket Wyre, omgevingsloket@wyre.be

 

Er dient te worden voldaan aan het advies van Openbare werken Tremelo.

 

Art. 5:

De rooilijn die de eigendomsgrens van de bouwvelden definieert wordt door de aanvrager gemarkeerd met de nodige afpaling vergezeld van een afpalingsplan.

 

Art. 6:

Het College van Burgemeester en Schepenen wordt gelast met de verdere afhandeling van onderhavige beslissing en zal deze opnemen in de beslissing tot het al dan niet afleveren van de omgevingsvergunning.

 

Art. 7:

Machtiging te geven aan de burgemeester en algemeen directeur om namens het gemeentebestuur van Tremelo de desgevallende latere akte van overdracht van gronden binnen het goedgekeurde rooilijnplan te ondertekenen.

 

 

 

Publicatiedatum: 28/04/2026
Overzicht punten

 

Zitting van 26 maart 2026

 

Afdeling Financiële zaken

 

Bestuur en Werking

P.7. Dossiernaam: Aanpassing statuten AGB Tremelo
Onderwerp: Aanpassing van de statuten van het AGB Tremelo - conformiteit Decreet Lokaal Bestuur, wijziging deadline goedkeuring jaarrekening, wijziging uitkering winst

 

 

Voorgeschiedenis

        4 februari 2003: de gemeenteraad besluit tot oprichting van het Autonoom Gemeentebedrijf Tremelo en goedkeuring van de statuten

        31 maart 2022: de gemeenteraad besluit tot goedkeuring van de gecoördineerde statuten van het AGB Tremelo

        23 maart 2023: de gemeenteraad besluit tot goedkeuring van de gecoördineerde statuten van het AGB Tremelo

 

Feiten en context

De statuten van het AGB Tremelo moeten in overeenstemming gebracht worden met de bepalingen van het Decreet Lokaal Bestuur.

 

Juridische grond

artikelen 231 t.e.m. 244 Decreet Lokaal Bestuur, inzake het autonoom gemeentebedrijf

 

Advies

Het is de Raad van Bestuur van het Autonoom  Gemeentebedrijf Tremelo dat aan de gemeente vraagt om haar statuten te wijzigen. De Raad van Bestuur heeft het voorstel tot wijziging gedaan.

 

Argumentatie

Overeenkomstig artikel 233 Decreet Lokaal Bestuur worden wijziging in de statuten van het Bedrijf aangebracht bij beslissing van de gemeenteraad, op voorstel of na advies van de Raad van Bestuur.

 

De Raad van Bestuur van het AGB stelde aan de gemeente een wijziging aan de statuten voor. Het betreft enerzijds wijzigingen die de statuten in overeenstemming brengen met het Decreet Lokaal Bestuur, en anderzijds wijzigingen op verzoek van de financiële dienst ten voordele van de goede werking van de dienst, alsook met het oog op een wat ruimere beleidsmatige flexibiliteit.

 

De wijzigingen ingevolge de vereiste conformiteit aan het Decreet Lokaal Bestuur spreken voor zich. Het betreft voornamelijk het opnemen van (nieuwe) vereiste wettelijke bepalingen die momenteel nog niet (integraal) zijn opgenomen.

 

De wijziging van de uiterlijke datum van de goedkeuring van de jaarrekening, van 31 mei naar 30 juni, wordt ingeschreven op verzoek van de financiële dienst. Het is dezelfde uiterlijke datum die momenteel ook van kracht is voor de jaarrekening van de gemeente en biedt de financiële dienst wat meer ruimte.

 

Verder wordt ook de bepaling inzake de winstuitkering gewijzigd. Op dit moment wordt de eventuele winst van het AGB integraal uitgekeerd aan de gemeente. Ingevolge de voorgestelde wijziging zou niet automatisch de integrale winst uitgekeerd worden, maar zou het gedeelte van de winst die uitgekeerd wordt het voorwerp uitmaken van een beslissing van de Raad van Bestuur.

 

Hierbij wordt een overzicht bezorgd van de voorgestelde wijzigingen van de statuten van het AGB Tremelo:

        art. 2: er wordt een tweede lid toegevoegd. Op dit moment bevatten de statuten nog geen expliciete vermelding van het feit dat het AGB onderworpen is aan de verplichtingen in het kader van de formele motivering en openbaarheid van bestuur. Dat wordt met dit nieuwe lid in de voorgestelde statuten ondervangen.

        art. 10:

        het huidige artikel 10 bevat in de derde zin een foutieve verwijzing naar artikel 286, terwijl het 285,§1 moet zijn. Dat wordt in de voorgestelde statuten aangepast;

        er wordt eveneens een nieuw lid toegevoegd, dat duidelijk maakt dat er geen andere organen zijn die beslissingsbevoegdheid hebben dan de Raad van Bestuur en het Directiecomité

        nieuw art. 11bis: de onverenigbaarheden voor bestuurders worden in de huidige statuten niet opgesomd. Dat wordt in de voorgestelde statuten aangepast.

        art. 21, derde lid: de verplichting om een bestuurdersaansprakelijkheidsverzekering af te sluiten, ontbreekt in de huidige statuten. Dat wordt in de voorgestelde statuten aangepast;

        art. 33: in de huidige statuten ontbreekt de vereiste verwijzing naar de toepassing van artikel 185/1 van het Decreet Lokaal Bestuur in geval van overdracht van personeel. Dat wordt in de voorgestelde statuten aangepast;

        art. 35:

        §1, vierde lid: nieuw lid: de verplichting om de beleidsrapporten te bezorgen aan de gemeente voor publicatie op de webtoepassing is in de huidige statuten niet opgenomen. Dat wordt in de voorgestelde statuten aangepast.

        §5, eerste lid: nieuw lid: de specifieke stemprocedure voor de jaarrekening (stemming over het geheel, met mogelijkheid tot afzonderlijke stemming) ontbreekt in de huidige statuten. Dat wordt in de voorgestelde statuten aangepast.

        §5, tweede lid: zoals hierboven toegelicht wordt de datum voor goedkeuring van de jaarrekening in de voorgestelde statuten op 30 juni gebracht en zal de winstuitkering voortaan voorafgegaan worden door een beslissing van de Raad van Bestuur;

        §6, derde en vierde lid: nieuwe leden: de specifieke stemprocedure voor het meerjarenplan (stemming over het geheel, met mogelijkheid tot afzonderlijke stemming) ontbreekt in de huidige statuten. Dat wordt in de voorgestelde statuten aangepast.

 

Financiële weerslag

Geen financiële weerslag.

 

BESLUIT

eenparig

 

Art. 1:

Enig artikel: De gemeenteraad keurt de gecoördineerde statuten van het AGB Tremelo goed als volgt:

 

HOOFDSTUK I - ALGEMENE BEPALINGEN

 

Art. 1 Rechtsvorm en naam

Het "AGB Tremelo" is een autonoom gemeentebedrijf met rechtspersoonlijkheid opgericht bij besluit van de gemeenteraad van de Gemeente Tremelo van 4 februari 2003. Het wordt hieronder "het Bedrijf' genoemd.

 

Art. 2 Wettelijk kader

Het Bedrijf is onderworpen aan Deel 2, Titel 3 van het Decreet Lokaal Bestuur van 22 december 2017, meer bepaald aan de artikelen 225 tot en met 247, en aan de andere toepasselijke wetten, decreten en besluiten, en aan deze statuten voor zover zij niet van voornoemde regelen afwijken.

 

Het Bedrijf is onderworpen aan de verplichtingen in het kader van de formele motivering en openbaarheid van bestuur die gelden voor de gemeente.

 

Art. 3 Statutenwijzigingen

De wijzigingen in de statuten worden aangebracht bij beslissing van de gemeenteraad, op voorstel of na advies van de Raad van Bestuur van het Bedrijf.

 

De statutenwijzigingen worden op dezelfde wijze als de oprichtingsbeslissing en de statuten bekendgemaakt. Een volledig gecoördineerde tekst van de statuten wordt gepubliceerd via een webtoepassing van de gemeente.

 

Art. 4 Zetel

De zetel van het Bedrijf is gevestigd in het gemeentehuis van de gemeente, gelegen te Veldonkstraat 1, 3120 Tremelo.

 

Art. 5 Maatschappelijk doel, activiteiten en bevoegdheden

§1. Het Bedrijf heeft als maatschappelijk doel:

        het beheer, de exploitatie, de rendabilisering en de valorisering van het patrimonium behorend tot het openbaar en het privaat domein waarvan het eigenaar is of waarop het, ongeacht de rechtstechniek, door de gemeente een beheers- of gebruiksrecht wordt toegekend,

        de exploitatie van infrastructuren bestemd voor culturele, museale, sportieve of toeristische activiteiten of voor ontspanning, voor het onderwijs, voor sociale, wetenschappelijke of verzorgende activiteiten

        het beheer en de exploitatie van het materieel en immaterieel patrimonium van Pater Damiaan door het tot verder behoud te bewaren en te valoriseren, voor het publiek toegankelijk te maken en te ontsluiten, evenals het gedachtengoed over te dragen op de huidige samenleving en volgende generaties

 

§2. Binnen haar maatschappelijke opdracht is het Bedrijf belast met een publiekrechtelijke opdracht tot het beheer en exploitatie van de sport- en ontspanningsinfrastructuur van de Gemeente, voor zover deze door de Gemeente in het Bedrijf ingebracht wordt of aan het Bedrijf ter beschikking gesteld wordt.

 

Het beheer en de exploitatie door het Bedrijf omhelst in het bijzonder de inrichting, vervanging, renovatie, plaatsing en onderhoud van de voormelde infrastructuur, evenals het verlenen in eigen naam en voor eigen rekening aan derden en de Gemeente van een recht op toegang en het recht om er gebruik van te maken, teneinde uitvoering te geven aan het gemeentelijke sport- en vrijetijdsbeleid en de visie van de Gemeente dienaangaande.

 

De bovenvermelde sport- en ontspanningsinfrastructuur wordt door het Bedrijf ter beschikking gesteld van de Gemeente, verenigingen, organisaties, ondernemingen of bevolkingsgroepen, ongeacht hun ideologische of filosofische strekking.

 

Het beheer en de exploitatie van andere gemeentelijke sport- of ontspanningsinfrastructuur kan via een convenant eveneens worden overgedragen aan het Bedrijf, binnen de uitvoering van het gemeentelijke sport- en vrijetijdsbeleid en de visie van de Gemeente dienaangaande.

 

De opdracht in hoofde van het Bedrijf inzake het beheer en exploitatie van de sport- en ontspanningsinfrastructuur van de Gemeente is verder geconcretiseerd in artikel 5 van de Beheersovereenkomst.

 

§3. Binnen haar maatschappelijke opdracht is het Bedrijf belast met een publiekrechtelijke opdracht tot het beheer en exploitatie van de infrastructuur bestemd voor culturele of museale activiteiten, inzonderheid - zonder hiertoe beperkt te zijn - het Damiaanmuseum gevestigd in het geboortehuis van Pater Damiaan, waarvan de Gemeente eigenaar is, dan wel waarvan de Gemeente beschikt over een zakelijk recht, voor zover deze door de Gemeente in het Bedrijf ingebracht wordt of aan het Bedrijf ter beschikking gesteld wordt.

 

Het beheer en de exploitatie door het Bedrijf omhelst in het bijzonder de inrichting, vervanging, renovatie, plaatsing en onderhoud van de voormelde infrastructuur, evenals het verlenen in eigen naam en voor eigen rekening aan derden en de Gemeente van een recht op toegang en het recht om er gebruik van te maken, teneinde uitvoering te geven aan het gemeentelijke cultuur- en vrijetijdsbeleid en de visie van de Gemeente dienaangaande.

 

De bovenvermelde infrastructuur voor culturele en museale activiteiten wordt door het Bedrijf ter beschikking gesteld van de Gemeente, verenigingen, organisaties, ondernemingen of bevolkingsgroepen, ongeacht hun ideologische of filosofische strekking.

 

Het beheer en de exploitatie van andere gemeentelijke infrastructuur bestemd voor culturele en museale activiteiten kan via een convenant eveneens worden overgedragen aan het Bedrijf, binnen de uitvoering van het gemeentelijke cultuur- en vrijetijdsbeleid en de visie van de Gemeente dienaangaande.

 

Inzonderheid wat het beheer en de exploitatie door het Bedrijf van het Damiaanmuseum betreft is het Bedrijf belast om te verzekeren dat de site van het geboortehuis van Pater Damiaan voor toekomstige generaties beschikbaar is, niet alleen als verzamelplaats, maar ook als plaats van bezinning, inspiratie en bron van geestelijke en spirituele verademing.

 

De opdracht in hoofde van het Bedrijf inzake het beheer en exploitatie van de infrastructuur voor culturele activiteiten van de Gemeente is verder geconcretiseerd in artikel 5bis van de Beheersovereenkomst.

 

Haar rechtsvorm ontslaat het Bedrijf geenszins van het nastreven van de maatschappelijke doelen die inherent zijn aan een museale werking die beantwoordt aan de algemeen geldende criteria en normen voor museum.

 

§4. Het Bedrijf kan op vraag van de Gemeente en/of andere openbare instellingen, na goedkeuring door de Gemeente, optreden als bouwheer en/of financier van infrastructuur. Deze infrastructuur wordt door het Bedrijf aan de Gemeente of andere openbare instellingen ter beschikking gesteld door middel van onroerende leasing of andere persoonlijke rechten of door middel van het verlenen van zakelijke rechten. Ter zake sluit het Bedrijf de vereiste overeenkomsten met de Gemeente en/of met derden.

 

Het Bedrijf kan op vraag van de Gemeente en/of andere openbare instellingen, na goedkeuring door de Gemeente, optreden als beheerder van infrastructuur, die niet tot het patrimonium van het Bedrijf behoort, maar waarop het Bedrijf persoonlijke of bepaalde zakelijke rechten geniet, bijvoorbeeld door middel van onroerende leasing. Het Bedrijf kan deze infrastructuur beheren en ze vervolgens ter beschikking stellen van de Gemeente of andere openbare instellingen. Onder het beheer van deze infrastructuur kan onder meer worden begrepen het onderhoud, de herstelling, de beveiliging, e.d. van de infrastructuur. Ter zake sluit het Bedrijf de vereiste overeenkomsten met de Gemeente en/of met derden.

 

Indien noodzakelijk, sluit het Bedrijf voor deze activiteiten met de Gemeente specifieke beheersovereenkomsten af waarin de opdracht van het Bedrijf, de afstemming op het gemeentelijk beleid, de terbeschikkingstelling van bestaande infrastructuur, de financiering, e.d. nader worden geregeld.

 

§5. Het Bedrijf kan alle handelingen en verrichtingen stellen die rechtstreeks of onrechtstreeks verband houden met haar doel of die van aard zijn dat ze de verwezenlijking of ontwikkeling ervan kunnen bevorderen of daartoe kunnen bijdragen, één en ander in de meest ruime zin van het woord te verstaan, binnen de grenzen van onderhavige statuten en de beheersovereenkomst afgesloten met de Gemeente in uitvoering van artikel 8, §1.

 

§6. Het Bedrijf mag, binnen de grenzen van haar doel, vrij beslissen over de verwerving, de aanwending en de vervreemding van haar lichamelijke en onlichamelijke goederen, de vestiging of de opheffing van de zakelijke en/of persoonlijke rechten op die goederen, alsook over de uitvoering van dergelijke beslissingen en over hun financiering, binnen de grenzen van onderhavige statuten en de beheersovereenkomst afgesloten met de Gemeente in uitvoering van artikel 8, §1.

 

Het Bedrijf mag gebruik maken van alle rechtstechnieken, waaronder de vestiging en de opheffing van zakelijke en persoonlijke rechten, de verlening en beëindiging van concessies, en het uitgeven en verhandelen van vastgoedcertificaten en andere effecten.

 

Het Bedrijf kan, na machtiging door de gemeenteraad conform artikel 8, lid 2 van het Vlaams Onteigeningsdecreet, in eigen naam en voor eigen rekening overgaan tot de onteigeningen die noodzakelijk zijn voor de verwezenlijking van zijn doelstellingen.

 

Het Bedrijf kan op voorwaarde van bijzondere en omstandige motivering, zakelijke rechten vestigen op de onroerende goederen die behoren tot het openbaar domein, voor zover de gevestigde zakelijke rechten niet kennelijk onverenigbaar zijn met de bestemming van deze goederen.

 

Het Bedrijf is bevoegd voor de affectaties en de desaffectaties van alle goederen waarvan het eigenaar is. Binnen de grenzen van haar doel kan het Bedrijf met betrekking tot de eigen goederen en de goederen van de gemeente optreden als bemiddelaar met het oog op de verkoop, aankoop, ruil, verhuring of afstand van onroerende goederen, en roerende rechten of handelsfondsen, instaan voor het beheer van onroerende goederen of van onroerende rechten, en het "syndicusschap" van onroerende goederen in mede-eigendom uitoefenen.

 

Het Bedrijf, de leden van haar organen, haar personeel en haar andere vertegenwoordigers zijn daarbij niet onderworpen aan de regelgeving tot bescherming van de beroepstitel en de uitoefening van het beroep van vastgoedmakelaar.

 

Art. 6 Participaties

§1 Het Bedrijf kan andere rechtspersonen oprichten, erin deelnemen of zich erin laten vertegenwoordigen na voorafgaande instemming van de gemeenteraad en voor zover dat past in zijn doel omschreven in artikel 5. De oprichting, deelname of vertegenwoordiging mag geen speculatieve oogmerken nastreven en gebeurt in overeenstemming met het gelijkheidsbeginsel, de regelgeving inzake mededinging en staatssteun zoals bepaald in artikel 38 van de Beheersovereenkomst. De beslissing tot oprichting, deelname of vertegenwoordiging toont aan dat aan de voormelde voorwaarden is voldaan.

Behoudens toepassing van andere wettelijke en decretale bepalingen, draagt het Bedrijf in geen geval zijn taken van gemeentelijk belang noch geheel, noch gedeeltelijk, over aan andere rechtspersonen.

 

§2 De deelname is onderworpen aan de voorwaarde dat aan het Bedrijf minstens een mandaat van bestuurder wordt toegekend.

 

Art. 7 Rechtspersoonlijkheid - Duur

§1. Het Bedrijf heeft conform artikel 231 van het Decreet Lokaal Bestuur rechtspersoonlijkheid sinds de dag van de oprichtingsbeslissing.

 

§2. Het Bedrijf is opgericht voor onbepaalde duur.

 

HOOFDSTUK II - EXTERNE VERHOUDINGEN

 

Art. 8 Beleids-, beheers- en samenwerkingsovereenkomsten

§1. Na onderhandelingen sluit het Bedrijf met de gemeente een beheersovereenkomst, die onder voorbehoud van de mogelijkheid tot verlenging, wijziging, schorsing en ontbinding wordt gesloten voor een periode die eindigt uiterlijk zes maanden na de volledige vernieuwing van de gemeenteraad.

 

Als bij het verstrijken van de beheersovereenkomst geen nieuwe beheersovereenkomst in werking is getreden, wordt de bestaande overeenkomst van rechtswege verlengd. Als geen nieuwe beheersovereenkomst in werking is getreden binnen een jaar na deze verlenging, of als een beheersovereenkomst werd ontbonden of geschorst, kan de gemeente na overleg met het Bedrijf voorlopige regels vaststellen inzake de in de beheersovereenkomst bedoelde aangelegenheden. Die voorlopige regels zullen als beheersovereenkomst gelden tot op het ogenblik dat een nieuwe beheersovereenkomst in werking treedt.

 

§2. Het Bedrijf neemt de nodige initiatieven voor de openbaarheid van de beheersovereenkomst, inclusief alle wijzigingen eraan.

 

§3. De beheersovereenkomst en de uitvoering ervan worden jaarlijks geëvalueerd door de gemeenteraad. Hiertoe zal door de Raad van Bestuur een verslag omtrent de beheersovereenkomst worden opgemaakt.

 

Het Bedrijf legt eveneens in de loop van het eerste jaar na de volledige vernieuwing van de gemeenteraden een evaluatieverslag voor aan de gemeenteraad over de uitvoering van de beheersovereenkomst, sinds de inwerkingtreding ervan. Dat verslag omvat ook een evaluatie van de verzelfstandiging, waarover de gemeenteraad zich binnen drie maanden uitspreekt.

 

§4. Zolang het Bedrijf geen regels heeft vastgesteld voor het aangaan van verbintenissen, de kredietbewaking, de wetmatigheidscontrole of de ondertekening van de girale betalingsorders, zijn artikel 266, 267, 269 en 272, § 1, tweede en derde lid, van het Decreet Lokaal Bestuur van toepassing op het Bedrijf. In dat geval zijn bovendien artikel 265, 268 en 272, § 1, eerste lid, en § 2, eerste lid, van het Decreet Lokaal Bestuur van toepassing op het autonoom gemeentebedrijf, met dien verstande dat de volgende woorden worden gelezen als volgt:

1° "de gemeente" als "het autonoom gemeentebedrijf";

2° "de gemeenteraad" als "de Raad van Bestuur";

3° "de algemeen directeur" als "de gedelegeerd bestuurder" of, als het autonoom gemeentebedrijf geen gedelegeerd bestuurder heeft, als "de voorzitter van de Raad van Bestuur";

4° "het college van burgemeester en schepenen" als "de Raad van Bestuur".

 

§5. Naast de beheersovereenkomst, kunnen het Bedrijf en de gemeente één of meer concessie-, beleids-, samenwerkings- of andere overeenkomsten of convenanten sluiten met betrekking tot het onderling afstemmen van het beleid van de gemeente en dat van het Bedrijf in de relevante beleidsdomeinen en de ermee verbonden activiteiten, voor zover deze niet in strijd zijn met de toepasselijke wetgeving, onderhavige statuten of de beheersovereenkomst. Omtrent het beheer van onroerende goederen kunnen het Bedrijf en de gemeente één of meer lastgevingsovereenkomsten sluiten.

 

§6. De gemeenteraad kan aan het Bedrijf middelen, infrastructuur of, mits naleving van de terzake geldende rechtspositieregeling en onverminderd de bepalingen van deze statuten, personeel ter beschikking stellen of overdragen.

 

§7. Binnen het kader van haar maatschappelijk doel kan het Bedrijf onderhandelen met alle mogelijke partners, zowel van publiekrechtelijke als van privaatrechtelijke aard.

 

Het Bedrijf onderhandelt en contracteert met alle bevoegde instanties zowel op internationaal, Europees, federaal, gemeenschaps-, gewestelijk, provinciaal, gemeentelijk en districtsniveau over investeringen, financiële tussenkomsten en alle andere aangelegenheden die zijn doelstellingen raken.

 

Art. 9 Externe financiering

§1. Het Bedrijf hanteert voor wat betreft de dienstverlening naar derden en de Gemeente, de tarieven die in een tariefreglement zijn vastgesteld.

Dit tariefreglement zal rekening houden met de doelstellingen die het Bedrijf moet realiseren en de financiële middelen waarover het Bedrijf beschikt.

De Raad van Bestuur van het Bedrijf maakt hiertoe het door haar opgestelde tariefreglement over aan de gemeenteraad die zich uiterlijk binnen de drie (3) maanden na ontvangst ervan akkoord verklaart of aanpassingen formuleert.

 

In het geval het Bedrijf aanpassingen wenst, brengt de Raad van Bestuur van het Bedrijf de gemeenteraad van voorgestelde aanpassing(en) aan het tariefreglement op de hoogte. De gemeenteraad heeft drie (3) maanden de tijd vanaf mededeling van de aanpassingen door het Bedrijf om hierop opmerkingen te formuleren. In geval van opmerkingen door de gemeenteraad, zullen Partijen in onderling overleg het nieuwe tariefreglement vaststellen. Bij gebreke van opmerkingen namens de Gemeente bij het verstrijken van de termijn van drie (3) maanden, wordt de gemeenteraad geacht akkoord te gaan met de voorgestelde aanpassingen aan het tariefreglement.

 

§2. Het Bedrijf beslist vrij over de omvang, de technieken en de voorwaarden van zijn externe financiering. Het Bedrijf beslist zelf op welke vreemde middelen, waaronder leningen en subsidies, het beroep zal doen om de uitvoering van haar taken te financieren, onverminderd de bepalingen van deze Statuten en de Overeenkomst.

De Raad van Bestuur beoordeelt vooraf de opportuniteit en de risico’s verbonden aan deze vormen van externe financiering.

 

HOOFDSTUK III – BESTUURSORGANEN

 

Afdeling 1 – Inleidende bepaling

Art. 10 Structuur - Openbaarheid

§1. Het Bedrijf wordt bestuurd door een Raad van Bestuur en een Directiecomité.

 

De vergaderingen van de Raad van Bestuur en het Directiecomité zijn niet openbaar. Een lijst met besluiten van de Raad van Bestuur wordt via een webtoepassing van de gemeente gepubliceerd overeenkomstig artikel 285, §1 van het Decreet Lokaal Bestuur. Die webtoepassing vermeldt ook de wijze waarop het publiek inzage kan krijgen in de notulen van de Raad van Bestuur en van het Directiecomité en in de beslissingen van de gedelegeerd bestuurder.

 

Er zijn geen andere bestuursorganen met beslissingsbevoegdheid dan de Raad van Bestuur en het Directiecomité, zoals vermeld in deze statuten.

 

§2. De organen van het bedrijf kunnen, binnen hun bevoegdheden, adviesorganen oprichten, bijvoorbeeld om te voldoen aan wettelijke verplichtingen, of technische werkgroepen (bestaande uit personeelsleden, gemeenteraadsleden, externe deskundigen,...), die allen een louter adviserende en beleidsondersteunende rol vervullen ten behoeve van de Raad van Bestuur en het Directiecomité.

 

Deze adviesorganen en werkgroepen kunnen in geen geval beslissingen nemen namens het Bedrijf of verbintenissen aangaan namens het Bedrijf ten overstaan van derden.

 

De samenstelling, de taken en doelstellingen van een adviesorgaan en van een werkgroep, evenals de verhoudingen met de Raad van Bestuur en/of het Directiecomité worden vastgelegd door het orgaan van het Bedrijf dat hen opricht.

 

§3. De Raad van Bestuur wordt bijgestaan door een vaste commissie van advies, waarin alle vertegenwoordigende verenigingen van gebruikers van de infrastructuur die wordt beheerd door het AGB, en alle filosofische en ideologische strekkingen, zijn opgenomen.

 

De bevoegdheden en de werking van deze commissie worden geregeld in de beheersovereenkomst. De samenstelling van deze commissie wordt bepaald bij beslissing van de gemeenteraad.

 

Deze vaste commissie van advies kan op eigen initiatief adviezen formuleren ten aanzien van de Raad van Bestuur of het Directiecomité met betrekking tot aangelegenheden die het Bedrijf aanbelangen in de mate deze onder het Cultuurpact vallen.

 

Afdeling 2 – De Raad van Bestuur

 

Art. 11 Samenstelling

De Raad van Bestuur bestaat uit de voltallige gemeenteraad conform artikel 235, §3 van het Decreet Lokaal Bestuur.

 

De Raad van Bestuur kiest uit zijn leden een voorzitter en een ondervoorzitter die deel uitmaken van het college van burgemeester en schepenen van de gemeente en duidt een secretaris aan.

 

Art. 11bis Onverenigbaarheden

De volgende personen kunnen niet worden voorgedragen of aangewezen als bestuurder in het Bedrijf:

  1. de provinciegouverneurs, de gouverneur en de vicegouverneur van het administratief arrondissement Brussel-Hoofdstad, de adjunct van de gouverneur van de provincie Vlaams-Brabant, de provinciegriffiers, de arrondissementscommissarissen en de adjunct-arrondissementscommissarissen als het gemeentelijke extern verzelfstandigd agentschap gevestigd is in hun ambtsgebied;
  2. de magistraten, de plaatsvervangende magistraten en de griffiers bij de hoven en de rechtbanken, de administratieve rechtscolleges en het Grondwettelijk Hof;
  3. de leden van het operationeel, administratief of logistiek kader van de politiezone waar de gemeente toe behoort die het gemeentelijke extern verzelfstandigd agentschap heeft opgericht of die erin deelneemt;
  4. de personen die op commerciële wijze of met een winstoogmerk activiteiten uitoefenen in dezelfde beleidsdomeinen als het agentschap en waarin het agentschap niet deelneemt, alsook de werknemers en de leden van een bestuurs- of controleorgaan van die personen;
  5. de personen die in een andere lidstaat van de Europese Unie een ambt of een functie uitoefenen, gelijkwaardig aan een ambt of een functie als vermeld in dit artikel, en de personen die in een lokale basisoverheid van een andere lidstaat van de Europese Unie een ambt of een mandaat uitoefenen dat gelijkwaardig is aan dat van gemeenteraadslid, schepen of burgemeester.

 

Art. 12 Duur en einde van de mandaten

§1. Alle mandaten vallen samen met de duur van een gemeentelijke legislatuur. Na iedere vernieuwing van de gemeenteraad wordt tot volledige herbenoeming van de Raad van Bestuur van het Bedrijf overgegaan. De leden van de Raad van Bestuur blijven in functie tot de nieuwe gemeenteraad in hun vervanging heeft voorzien.

 

§2. De gemeenteraadsleden waarvan het mandaat een einde neemt, worden geacht van rechtswege ontslagnemend te zijn uit het Bedrijf en haar filialen.

 

Art. 13 Bezoldiging

De leden van de Raad van Bestuur oefenen hun mandaat onbezoldigd uit.

 

Art. 14 Vergaderingen

De Raad van Bestuur wordt bijeengeroepen door de voorzitter telkens als de belangen van het Bedrijf het vereisen en minstens tweemaal per jaar.

 

De vergaderingen zijn niet openbaar.

 

Op verzoek van minstens vier bestuurders is de voorzitter verplicht de Raad van Bestuur bijeen te roepen.

 

De oproepingen vermelden plaats, datum, uur en agenda van de vergadering en worden tenminste vier werkdagen voor de vergadering per brief, fax, elektronisch of op een andere schriftelijke wijze verzonden. De uitnodiging is, zo mogelijk, vergezeld van alle nuttige documenten.

 

Art. 15 Beraadslagingen

§1. De Raad van Bestuur beraadslaagt op de zetel van het Bedrijf of, indien de omstandigheden dit vereisen, op een andere plaats die wordt bepaald door de voorzitter.

 

De Raad van Bestuur wordt voorgezeten door de voorzitter. Indien de voorzitter verhinderd is, wordt de Raad van Bestuur voorgezeten door de ondervoorzitter of, bij diens afwezigheid, door de oudste in leeftijd aanwezige bestuurder die deel uitmaakt van het college van burgemeester en schepenen.

 

§2. De Raad van Bestuur kan slechts geldig beraadslagen indien tenminste de helft van zijn leden aanwezig of vertegenwoordigd is. Indien dit quorum niet wordt bereikt, kan een nieuwe Raad van Bestuur bijeengeroepen worden met dezelfde agenda. Die zal geldig beraadslagen en beslissen indien tenminste twee bestuurders aanwezig of vertegenwoordigd zijn.

 

De tweede oproeping moet geschieden overeenkomstig de oproeping omschreven onder artikel 14 en in de tweede oproeping moet vermeld worden dat de oproeping voor de tweede maal geschiedt. Bovendien moet het derde lid van huidig artikel in de tweede oproeping woordelijk worden overgenomen.

 

§3. De besluiten van de Raad van Bestuur worden bij gewone meerderheid van de uitgebrachte stemmen genomen. Onthoudingen en blanco en ongeldige stemmen worden niet bij de uitgebrachte stemmen geteld.

 

In geval van staking van stemmen is de stem van de voorzitter doorslaggevend. Bij ongeldige of geheime stemming wordt de beslissing verworpen.

 

Over punten die niet op de agenda werden vermeld, kan de Raad van Bestuur slechts geldig beraadslagen mits akkoord van twee derden van de aanwezige stemgerechtigde leden.

Ieder lid van de Raad van Bestuur heeft één stem.

 

De stemmingen gebeuren zoals het huishoudelijk reglement van de gemeenteraad voorziet.

 

Art. 16 Verboden handelingen

Het is een bestuurder niet toegestaan om:

1° Aanwezig te zijn bij de bespreking en de stemming over aangelegenheden waarin hij een rechtstreeks belang heeft, hetzij persoonlijk, hetzij als vertegenwoordiger, of waarbij de echtgenoot, of bloed- of aanverwanten tot en met de vierde graad een persoonlijk en rechtstreeks belang hebben. Dat verbod strekt niet verder dan de bloed- en aanverwanten tot en met de tweede graad als het gaat om de voordracht van kandidaten, benoemingen, ontslagen, afzettingen en schorsingen. Voor de toepassing van deze bepaling worden personen die een verklaring van wettelijke samenwoning als vermeld in artikel 1475 van het Burgerlijk Wetboek, hebben afgelegd, met echtgenoten gelijkgesteld;

 

2° Rechtstreeks of onrechtstreeks een overeenkomst te sluiten, behoudens in geval van een schenking aan het Bedrijf of de gemeente, of deel te nemen aan een opdracht voor aanneming van werken, leveringen of diensten, verkoop of aankoop ten behoeve van het Bedrijf of de gemeente, behoudens in de gevallen waarbij de bestuurder een beroep doet op een door het Bedrijf of de gemeente aangeboden dienstverlening en ten gevolge daarvan een overeenkomst aangaat;

 

3° Rechtstreeks of onrechtstreeks als advocaat of notaris tegen betaling werkzaam te zijn in geschillen ten behoeve van het Bedrijf. Dit verbod geldt met name ook ten aanzien van de personen die in het kader van een associatie, groepering, samenwerking of op hetzelfde kantooradres met de bestuurder werken;

 

4° Rechtstreeks of onrechtstreeks als advocaat of notaris werkzaam te zijn in geschillen ten behoeve van de tegenpartij van het Bedrijf of ten behoeve van een personeelslid van het Bedrijf aangaande beslissingen in verband met de tewerkstelling binnen het Bedrijf. Dit verbod geldt met name ook ten aanzien van de personen die in het kader van een associatie, groepering, samenwerking of op hetzelfde kantooradres met de bestuurder werken.

 

Art. 17 Belangenconflicten

Onverminderd artikel 16 dient een bestuurder die een belang heeft dat strijdig is met een beslissing of een verrichting die tot de bevoegdheid behoort van de Raad van Bestuur, dat mee te delen aan de andere bestuurders vooraleer de Raad van Bestuur hieromtrent een besluit neemt.

 

Zijn verklaring, alsook de rechtvaardigingsgronden betreffende voornoemd strijdig belang moeten worden opgenomen in de notulen van de Raad van Bestuur die de beslissing neemt. De betrokken bestuurder moet tevens en indien aangesteld, de commissaris(sen) van dit strijdig belang op de hoogte brengen.

 

De Raad van Bestuur omschrijft in de notulen de aard van de in het eerste lid bedoelde beslissing of verrichting en verantwoordt het genomen besluit. Ook de vermogensrechtelijke gevolgen ervan voor het Bedrijf moeten in de notulen worden vermeld.

 

Voornoemde regeling is niet van toepassing wanneer de beslissingen van de Raad van Bestuur betrekking hebben op gebruikelijke verrichtingen die plaatshebben onder de voorwaarden en tegen de zekerheden die op de markt gewoonlijk gelden voor soortgelijke verrichtingen.

 

Dit artikel doet geen afbreuk aan de gelding van andere bepalingen betreffende de belangenvermenging in hoofde van bestuurders en met openbare diensten belaste personen, zoals onder meer artikel 245 van het Strafwetboek.

 

Art. 18 Notulen

De beraadslagingen en beslissingen van de Raad van Bestuur worden vastgelegd in notulen die door de secretaris worden opgesteld en door de voorzitter en secretaris worden ondertekend.

 

De notulen van de vergaderingen van de Raad van Bestuur worden meegestuurd met de uitnodiging voor de volgende vergadering waar ze ter goedkeuring worden voorgelegd.

 

Deze goedgekeurde notulen worden in een speciaal register opgenomen dat wordt bewaard op de zetel van het Bedrijf en het secretariaat van de gemeente.

 

De volmachten worden aan de notulen gehecht.

 

De afschriften of uittreksels, in rechte of anderszins voor te leggen, worden ondertekend door de secretaris. Deze bevoegdheid kan worden opgedragen aan een lasthebber.

 

Art. 19 Bevoegdheden

§1. De Raad van Bestuur is gemachtigd om alle nuttige of noodzakelijke handelingen te verrichten om de doelstellingen van het Bedrijf te verwezenlijken.

 

De Raad van Bestuur is bevoegd voor alles wat niet uitdrukkelijk bij decreet, in de statuten of in de beheersovereenkomst aan de gemeenteraad is voorbehouden. Telkens indien de gemeenteraad de Raad van Bestuur daartoe verzoekt, brengt de Raad van Bestuur verslag uit over alle of sommige activiteiten van het Bedrijf, conform de afgesloten beheersovereenkomst.

 

§2. De Raad van Bestuur maakt een tariefreglement op voor de diensten die het Bedrijf levert aan de Gemeente en aan derden.

 

De Raad van Bestuur van het Bedrijf maakt het door haar opgestelde tariefreglement over aan de gemeenteraad die zich uiterlijk binnen de drie (3) maanden na ontvangst ervan akkoord verklaart of aanpassingen formuleert.

 

§3. De Raad van Bestuur is binnen de grenzen, vastgesteld in de statuten, bevoegd voor alle personeelsaangelegenheden.

 

§4. De Raad van Bestuur is bevoegd om binnen de perken van de statuten zijn werking nader te regelen in een reglement van inwendige orde.

 

§5. De Raad van Bestuur staat in voor het organiseren van de interne controle conform artikel 20 van de Beheersovereenkomst. De Raad van Bestuur zorgt voor de uitbouw en de goede werking van het interne controlesysteem.

 

Art. 20 Bevoegdheidsdelegatie

De Raad van Bestuur vertrouwt volgende bevoegdheden toe aan het Directiecomité:

1° Het dagelijkse bestuur van het Bedrijf;

2° De vertegenwoordiging met betrekking tot dat bestuur;

3° De voorbereiding en uitvoering van de beslissingen van de Raad van Bestuur.

 

De Raad van Bestuur kan daarenboven besluiten om de uitoefening van bepaalde bevoegdheden te delegeren aan het directiecomité. Volgende bevoegdheden kunnen evenwel in geen geval worden gedelegeerd aan het directiecomité:

1° Het vaststellen van tariefreglementen;

2° Het beslissen over (het al dan niet nemen van) participaties;

3° Het vaststellen van het reglement van inwendige orde van de Raad van Bestuur;

4° Het vaststellen van het statuut van het personeel;

5° Het afsluiten van beleids-, beheers- en samenwerkingsovereenkomsten;

6° Het vaststellen van de jaarrekening, (de aanpassing van) het meerjarenplan of andere beleidsrapporten;

7° Het onderhandelen en afsluiten van de beheersovereenkomst met de gemeente.

 

De Raad van Bestuur kan in voorkomend geval de inhoud en uitoefening van de bevoegdheden van het Directiecomité nader concretiseren.

 

De Raad van Bestuur houdt toezicht op het door het Directiecomité uitgestippelde dagelijkse beleid en behoudt zich te allen tijde het recht voor om de door haar gedelegeerde bevoegdheden te herroepen.

 

Art. 21 Aansprakelijkheid – Kwijting

De bestuurders zijn niet persoonlijk gebonden door de verbintenissen van het Bedrijf.

 

De bestuurders zijn aansprakelijk zonder hoofdelijkheid voor de tekortkomingen in de normale uitoefening van hun bestuur. Ten aanzien van de overtredingen waaraan zij geen deel hebben gehad, worden de bestuurders van die aansprakelijkheid ontheven als hun geen schuld kan worden verweten en als zij die overtredingen hebben aangeklaagd bij de gemeenteraad binnen een maand nadat zij er kennis van hebben gekregen.

 

Het Bedrijf sluit een bestuurdersaansprakelijkheidsverzekering af.

 

De goedkeuring van de jaarrekening door de toezichthoudende overheid heeft van rechtswege de kwijting aan de bestuurders tot gevolg, zodat de gemeenteraad geen uitdrukkelijke beslissing over de kwijting dient te nemen.

 

Afdeling 3 – Het Directiecomité

 

Art. 22 Samenstelling

De Raad van Bestuur benoemt, schorst en ontslaat de leden van het Directiecomité.

 

Het Directiecomité duidt onder zijn leden een voorzitter, een ondervoorzitter aan. De voorzitter zit de vergaderingen van het directiecomité voor. In het geval van zijn verhindering wordt de vergadering voorgezeten door de ondervoorzitter. Indien de ondervoorzitter verhinderd is, wordt het directiecomité voorgezeten door een lid die door de voorzitter daartoe wordt aangeduid. Indien geen lid werd aangeduid zal het oudste aanwezige lid het directiecomité voorzitten.

 

Art. 23 Duur en einde mandaten

De Raad van Bestuur bepaalt de duur van hun benoeming en de voorwaarden van hun aanstelling.

 

In elk geval neemt het mandaat van lid van het Directiecomité een einde op de eerste vergadering van de Raad van Bestuur die volgt op de installatie van een nieuwe gemeenteraad. Het lid van het directiecomité waarvan het mandaat voortijdig een einde neemt, wordt geacht van rechtswege ontslagnemend te zijn. De Raad van Bestuur regelt zijn vervanging.

 

Art. 24 Bezoldiging

De leden van het Directiecomité oefenen hun mandaat onbezoldigd uit.

 

Art. 25 Hoedanigheid

De leden van het Directiecomité zijn uit hoofde van hun mandaat niet automatisch als lid van de Raad van Bestuur aan te merken.

 

De leden van het Directiecomité hebben echter wel het recht om de vergaderingen van de Raad van Bestuur bij te wonen met raadgevende stem, maar zij hebben geen stemrecht binnen de Raad van Bestuur.

 

De voorzitter van de Raad van Bestuur kan de vergaderingen van het Directiecomité bijwonen met raadgevende stem.

 

Het voorgaande belet niet dat de persoon die door de Raad van Bestuur benoemd wordt als lid van het Directiecomité, daarnaast afzonderlijk benoemd wordt als lid van de Raad van Bestuur. In dat geval zal deze persoon in zijn hoedanigheid van lid van de Raad van Bestuur wel stemrecht hebben binnen de Raad van Bestuur.

 

Art. 26 Vergadering

Het Directiecomité vergadert telkens wanneer de aangelegenheden die onder haar bevoegdheden vallen dit vereisen. Het Directiecomité wordt door de voorzitter of op verzoek van twee leden bijeengeroepen.

 

De vergaderingen zijn niet openbaar.

 

Art. 27 Beraadslaging

Het Directiecomité beraadslaagt op de zetel van het Bedrijf of, indien de omstandigheden dit vereisen, op een andere plaats zoals wordt bepaald door de voorzitter.

 

De besluiten van het Directiecomité worden genomen bij meerderheid van de uitgebrachte stemmen. In geval van staking van stemmen is de stem van de voorzitter doorslaggevend. Bij ongeldige of geheime stemming wordt de beslissing verworpen.

 

Art. 28 Verboden handelingen en belangenconflicten

De regels inzake verboden handelingen en belangenconflicten voor de leden van de Raad van Bestuur, vastgelegd in de artikelen 16 en 17, zijn mutatis mutandis van toepassing op de leden van het Directiecomité.

 

Art. 29 Notulen

De beraadslagingen van het directiecomité worden vastgelegd in notulen. Een afschrift ervan wordt ter informatie toegezonden aan de leden van de Raad van Bestuur.

 

De notulen worden tijdens de eerstvolgende vergadering ter goedkeuring voorgelegd en ondertekend door de voorzitter van het directiecomité en één ander lid van het directiecomité.

 

Art. 30 - Bevoegdheden

Het Directiecomité is belast met volgende bevoegdheden:

1° Het dagelijks bestuur;

2° De vertegenwoordiging met betrekking tot dat bestuur;

3° De uitvoering van de beslissingen van de Raad van Bestuur.

 

Het Directiecomité is daarenboven bevoegd voor alle materies die door de Raad van Bestuur worden gedelegeerd.

 

Het Directiecomité is gerechtigd om de haar toevertrouwde bevoegdheden verder te delegeren aan haar voorzitter en aan de personeelsleden van het Bedrijf of van de gemeente.

 

Het Directiecomité is bevoegd om binnen de perken van de statuten zijn werking nader te regelen in een reglement van inwendige orde.

 

Art. 31 Aansprakelijkheid – Kwijting

Het Directiecomité is verantwoording verschuldigd aan de Raad van Bestuur. Het verschaft de Raad van Bestuur informatie over zijn beslissingen en licht hem in over al zijn handelingen.

 

De leden van het Directiecomité zijn niet persoonlijk gebonden door de verbintenissen van het Bedrijf.

 

De leden van het Directiecomité zijn aansprakelijk zonder hoofdelijkheid voor de tekortkomingen in de normale uitoefening van hun bestuur. Ten aanzien van de overtredingen waaraan zij geen deel hebben gehad, worden de leden van het Directiecomité van die aansprakelijkheid ontheven als hun geen schuld kan worden verweten en als zij die overtredingen hebben aangeklaagd bij de Raad van Bestuur binnen een maand nadat zij er kennis van hebben gekregen.

 

Jaarlijks beslist de Gemeenteraad over de aan de leden van het Directiecomité te verlenen kwijting, na goedkeuring van de rekeningen. Die kwijting is alleen rechtsgeldig als de ware toestand van het Bedrijf niet wordt verborgen door enige weglating of onjuiste opgave in de rapportering.

 

De goedkeuring van de jaarrekening door de toezichthoudende overheid heeft van rechtswege de kwijting aan de bestuurders tot gevolg, zodat de gemeenteraad geen uitdrukkelijke beslissing over de kwijting dient te nemen.

 

Afdeling 4 - Vertegenwoordiging

 

Art. 32 Vertegenwoordiging

De Raad van Bestuur vertegenwoordigt het autonoom gemeentebedrijf in rechte als eiser of als verweerder.

 

De Raad van Bestuur kan de bevoegdheid delegeren aan de Voorzitter van de Raad van Bestuur om het Bedrijf ten overstaan van derden geldig te vertegenwoordigen.

 

Binnen de grenzen van het dagelijks bestuur wordt het Bedrijf geldig vertegenwoordigd door de voorzitter van het Directiecomité, bij diens afwezigheid de ondervoorzitter.

 

Het Bedrijf kan eveneens geldig worden vertegenwoordigd door bijzondere lasthebbers, binnen de grenzen van hun mandaat.

 

HOOFDSTUK IV - PERSONEEL

 

Art. 33 Personeel

§1. De Raad van Bestuur is bevoegd voor het aanwerven van personeel, voor zover het College van Burgemeester en Schepenen van de Gemeente er voorafgaand mee instemt conform artikel 10 van de Beheersovereenkomst. Het College zal haar instemming niet onredelijk weigeren.

 

De Raad van Bestuur stelt het personeelsstatuut vast.

 

De overeenstemmende rechtspositieregeling en deontologische code van het gemeentepersoneel is van toepassing op het personeel van het Bedrijf. Het Bedrijf stelt de afwijkingen op deze rechtspositieregeling vast, voor zover het specifieke karakter van het Bedrijf dat verantwoordt. Het Bedrijf bepaalt de rechtspositieregeling van de betrekkingen die niet bestaan binnen de gemeente.

 

Behalve in geval van gemotiveerde afwijking kan geen enkel personeelslid van het autonoom gemeentebedrijf een jaarsalaris worden toegekend dat gelijk is aan of hoger is dan het jaarsalaris van de algemeen directeur van de gemeente.

 

Wanneer de Raad van Bestuur beslist tot contractuele aanwervingen, stelt zij in dit geval het arbeidsreglement en de algemene voorwaarden van de arbeidsovereenkomsten vast.

 

De gemeente kan binnen wettelijke grenzen personeel ter beschikking stellen aan het Bedrijf.

 

§2. Het personeel in statutair dienstverband wordt overgenomen door de gemeente in geval van ontbinding van het Bedrijf door de gemeenteraad.

 

De gemeente waarborgt de rechten die het autonoom gemeentebedrijf op het ogenblik van ontbinding voor het overgenomen personeel had vastgesteld.

 

In afwijking van lid 1 en 2 van deze paragraaf kan de gemeenteraad in het ontbindingsbesluit de personeelsleden in statutair dienstverband, die daarmee moeten instemmen, en de rechten en verplichtingen aanwijzen die overgenomen worden door de overnemer of de overnemers van de activiteiten van het gemeentebedrijf.

 

§3. Artikel 185/1 Decreet Lokaal Bestuur is van toepassing bij de overdracht van personeel.

 

HOOFDSTUK V - FINANCIEN EN FINANCIELE CONTROLE

 

Art. 34 Maatschappelijk en statutair kapitaal

Het geplaatste maatschappelijke en statutaire kapitaal van het Bedrijf bedraagt 44.076,87 euro. Het bedrag van het geplaatste maatschappelijke en statutaire kapitaal stemt overeen met de netto-inbrengwaarde van de in te brengen vermogensbestanddelen.

 

De inbreng van de onroerende goederen gebeurt bij middel van authentieke akte. Behoudens in het kader van een ontbinding van het Bedrijf, kan het kapitaal noch geheel noch gedeeltelijk, op welke wijze dan ook, worden vervreemd, uitgekeerd of overgedragen. Een vermindering van het kapitaal is enkel mogelijk om exploitatieverliezen, minderwaarden of (duurzame) waardeverminderingen te compenseren.

 

Elke latere statutenwijziging (inclusief vermeerderingen of verminderingen van het geplaatste en maatschappelijk kapitaal) zal, in lijn met de wettelijke bepalingen terzake, dienen te worden goedgekeurd door enerzijds de Raad van Bestuur van het Bedrijf en anderzijds de gemeenteraad en is onderworpen is aan de controle zoals vermeld in artikel 233 van het Decreet Lokaal Bestuur.

 

Art. 35 Beleidsrapport - Boekhouding - Jaarrekening

§1. Het Bedrijf stelt een bedrijfsrapport op zoals bepaald in artikel 241 van het Decreet Lokaal Bestuur, met inbegrip van het meerjarenplan, de aanpassingen van het meerjarenplan en de jaarrekening.

 

Onmiddellijk na de definitieve vaststelling van een beleidsrapport bezorgt het Bedrijf de gegevens over het vastgestelde beleidsrapport in digitale vorm aan de Vlaamse Regering.

 

Het vastgestelde beleidsrapport is pas uitvoerbaar als de digitale rapportering erover aan de Vlaamse Regering is bezorgd.

 

Het Bedrijf bezorgt onmiddellijk na de behandeling ervan door de Raad van Bestuur zijn beleidsrapporten aan de gemeente, zodat ze kunnen worden bekendgemaakt op een webtoepassing van de gemeente, overeenkomstig artikel 286, §1 van het Decreet Lokaal Bestuur.

 

§2. De boekhouding wordt gevoerd en de jaarrekening wordt opgesteld overeenkomstig de regelen die krachtens artikel 253, 260 en 275 van het Decreet Lokaal Bestuur worden gesteld voor de boekhouding en de jaarrekening van de gemeente.

§3. Het Bedrijf doet uiterlijk op 31 december van ieder jaar de nodige opnemingen, verificaties, opzoekingen en waarderingen om de inventaris op te maken van al de bezittingen, vorderingen, schulden en verplichtingen van het Bedrijf, van welke aard ook.

 

§4. De boekhouding wordt gevoerd onder de verantwoordelijkheid en het toezicht van de Raad van Bestuur.

 

§5. De Raad van Bestuur stemt telkens over de hele jaarrekening. In afwijking hiervan kan elk lid van de Raad van Bestuur de afzonderlijke stemming eisen over een of meer onderdelen die hij aanwijst. In dat geval mag de Raad van Bestuur pas over de hele jaarrekening stemmen na de afzonderlijke stemming. Als die afzonderlijke stemming tot gevolg heeft dat de jaarrekening moet worden gewijzigd, wordt de stemming over de hele jaarrekening verdaagd tot een volgende vergadering van de Raad van Bestuur.

 

De Raad van Bestuur stelt de jaarrekening vast en legt jaarlijks en uiterlijk op 30 juni de jaarrekening van het voorbije boekjaar ter goedkeuring voor aan de gemeenteraad. De netto-winst wordt jaarlijks, geheel of gedeeltelijk, aan de Gemeente gestort, na een beslissing hierover door de Raad van Bestuur. De eventuele verliezen worden jaarlijks overgedragen naar het volgend boekjaar.

 

De jaarrekening omvat de balans, de exploitatierekening en de winst- en verliesrekening, op 31 december van ieder jaar afgesloten.

 

Als de toezichthoudende overheid geen besluit heeft verzonden over de goedkeuring van de jaarrekening binnen een termijn van honderdvijftig dagen, wordt ze geacht de jaarrekening goed te keuren. Die termijn gaat in op de dag nadat de gemeente de toezichthoudende overheid op de hoogte gebracht heeft van de bekendmaking van de jaarrekening van het autonoom gemeentebedrijf, met toepassing van artikel 286, § 1 van het Decreet Lokaal Bestuur, en het autonoom gemeentebedrijf de digitale rapportering erover aan de Vlaamse Regering heeft bezorgd.

 

§6.  De Raad van Bestuur stelt het meerjarenplan en de aanpassingen ervan vast en legt ze ter goedkeuring voor aan de gemeenteraad.

 

De ramingen voor de exploitatie, de investeringen en de financiering in het eerste jaar van de financiële nota van het meerjarenplan omvatten ook de kredieten voor dat boekjaar.

 

De Raad van Bestuur stemt telkens over het hele meerjarenplan en de aanpassingen ervan. In afwijking hiervan kan elk lid van de Raad van Bestuur de afzonderlijke stemming eisen over een of meer onderdelen die hij aanwijst. In dat geval mag de Raad van Bestuur pas over het hele meerjarenplan en de aanpassingen ervan stemmen na de afzonderlijke stemming.

 

Als die afzonderlijke stemming tot gevolg heeft dat het ontwerp van het meerjarenplan of de aanpassing ervan moet worden gewijzigd, wordt de stemming over het hele meerjarenplan verdaagd tot een volgende vergadering van de Raad van Bestuur.

 

HOOFDSTUK VI – ONTBINDING EN VEREFFENING

 

Art. 36 Ontbinding en vereffening

§1. De gemeenteraad kan steeds beslissen om tot ontbinding en vereffening van het Bedrijf over te gaan.

 

In de beslissing tot ontbinding wijst de gemeenteraad de vereffenaars aan. Alle andere organen vervallen op het ogenblik van de ontbinding.

 

§2. Het personeel in statutair dienstverband van het ontbonden bedrijf wordt overgenomen door de gemeente.

De gemeente waarborgt de rechten die het Bedrijf op het ogenblik van ontbinding voor het overgenomen personeel had vastgesteld.

 

§3. De rechten en verplichtingen van het ontbonden bedrijf worden overgenomen door de gemeente.

 

§4. In afwijking van §2 en §3 kan de gemeenteraad in het ontbindingsbesluit de personeelsleden, die daarmee moeten instemmen, en de rechten en verplichtingen aanwijzen die overgenomen worden door de overnemer of de overnemers van de activiteiten van het Bedrijf.

 

 

 

Publicatiedatum: 28/04/2026
Overzicht punten

 

Zitting van 26 maart 2026

 

Afdeling Grondgebiedzaken

 

Milieu

P.8. Dossiernaam: Lokaal Energie- en Klimaatpact. Rapportering 2026
Onderwerp: Rapportering 2026 over de geleverde inspanningen betreffende het Lokaal Energie- en Klimaatpact (LEKP) in 2025

 

 

Voorgeschiedenis

 

29 oktober 2020:

gemeenteraadsbesluit met ondertekening van het Burgemeestersconvenant 2030.

14 september 2021:

collegebesluit positief advies ondertekening Lokaal Energie- en Klimaatpact 1.0.

30 september 2021:

gemeenteraadsbesluit ondertekening Lokaal energie- en Klimaatpact 1.0.

18 oktober 2022:

collegebesluit positief advies ondertekening Lokaal Energie- en Klimaatpact 2.0.

24 november 2022:

gemeenteraadsbesluit ondertekening Lokaal energie- en Klimaatpact 2.0.

2 februari 2023:

gemeenteraadsbesluit rapportering 2023 van het Lokaal Energie- en KlimaatPact.

28 maart 2024:

gemeenteraadsbesluit rapportering 2024 van het Lokaal Energie- en KlimaatPact.

27 maart 2025:

gemeenteraadsbesluit rapportering 2025 van het Lokaal Energie- en KlimaatPact.

25 september 2025:

Kennisname gemeenteraad rechtzetting cijfers laadpunten LEKP-rapport.

18 december 2025:

Kennisname gemeenteraad uitfasering Lokaal energie- en KlimaatPact.

 

Feiten en context

In 2021 werd het Lokaal Energie- en Klimaatpact 1.0 onderschreven door de gemeente. Dit pact ondersteunt de uitvoering van concrete klimaatacties om samen de nodige transitie in het energie- en klimaatbeleid waar te maken. Dit past in het burgemeestersconvenant en de klimaatdoelstellingen van de hogere overheden. In 2022 werd dit pact uitgebreid tot het Lokaal Energie- en Klimaatpact 2.0.

Binnen het Lokaal Energie- en Klimaatpact moet een jaarlijkse inhoudelijke rapportering met betrekking tot de voortgang opgemaakt worden dat na voorleggen aan de gemeenteraad bij het Agentschap Binnenlands Bestuur moet ingediend worden;

Hiervoor wordt gebruik gemaakt van het Lokaal Klimaatpactportaal, waar de Vlaamse overheid de monitoring van de doelstellingen bijhoudt.

Afhankelijk van de doelstelling wordt het rapport met een verschillende frequentie geüpdatet wanneer nieuwe data beschikbaar is. Het meest recente rapport kan je steeds terugvinden via:

https://lokaalklimaatpact.be/lekp-cijfers/rapporten.

OPMERKING:

Gezien de uitfasering van het LEKP wordt niet alle data in het inhoudelijk rapport vernieuwd. De data over de primaire energiebesparing en reductie CO2-uitstoot van het lokaal patrimonium is niet actueel.

 

Juridische grond

        Universele Verklaring van de Rechten van de Mens 1948;

        Klimaatverdrag van Rio De Janeiro van 1992;

        Klimaatverdrag van Kyoto 1997;

        Brundtlandrapport 1987;

        Kyotoprotocol 2005;

        Vlaams-Brabants Klimaatengagement 2013-2018;

        Vlaams Klimaatbeleidsplan 2013-2020;

        Klimaatakkoord Parijs 2015;

        Besluit gemeenteraad van 26 november 2015 betreffende de goedkeuring van het klimaatplan van de gemeente Tremelo;

        Regeerakkoord Vlaamse Regering 2019-2024;

        Vlaams-Brabants Klimaatengagement 2019-2024;

        Burgemeesterconvenant 2030;

        Vlaams Energie- en Klimaatplan (VEKP) 2021-2030;

        Nationaal Energie- en Klimaatplan 2021-2030;

        Provinciaal klimaatbeleidsplan 2040;

        Provinciaal klimaatactieprogramma;

        Vlaams Klimaatbeleidsplan 2021-2030;

        Vlaams Energiebeleidsplan 2021-2030;

        Europese Green Deal;

        Decreet Lokaal Bestuur, in bijzonder artikel 2: “De gemeenten zijn overeenkomstig artikel 41 van de Grondwet bevoegd voor de aangelegenheden van gemeentelijk belang. Voor de verwezenlijking daarvan kunnen ze alle initiatieven nemen. Ze beogen om bij te dragen aan de duurzame ontwikkeling van het gemeentelijk gebied.”;

        Het Lokaal Energie- en Klimaatpact van de Vlaamse Regering en de Vlaamse steden en gemeenten van 4 juni 2021 aangaande het verbintenissen engagement inzake de algemene engagementen en de vier werven behoudend 16 specifieke doelstellingen;

        Gemeenteraadsbesluit van 30 september 2021 betreffende de goedkeuring van het klimaatpact 1.0;

        Gemeenteraadsbesluit van 18 oktober 2022 betreffende de goedkeuring van het klimaatpact 2.0;

        Gemeenteraadsbesluit van 28 maart 2024 betreffende de goedkeuring van het gemeentelijk Energie- en KlimaatActiePlan (SECAP).

 

Argumentatie

Het Lokaal Energie- en Klimaatpact ondersteunt de uitvoering van concrete klimaatacties om samen de nodige transitie in het energie- en klimaatbeleid waar te maken. Dit past in het burgemeestersconvenant en de klimaatdoelstellingen van de hogere overheden.

Binnen het Lokaal Energie- en Klimaatpact wordt een jaarlijkse inhoudelijke rapportering met betrekking tot de voortgang opgemaakt.

 

Financiële weerslag

Dit betreft een rapportering. Deze bevat geen financiële weerslag.

 

BESLUIT

eenparig

 

Art. 1:

De gemeenteraad neemt kennis van de rapportering 2026 in verband met de inspanningen van 2025 voor het Lokaal Energie- en Klimaatpact en besluit dit in te dienen bij het Agentschap Binnenlands Bestuur.

 

 

 

Publicatiedatum: 28/04/2026
Overzicht punten

 

Zitting van 26 maart 2026

 

Afdeling Grondgebiedzaken

 

Overheidsopdrachten

P.9. Dossiernaam: Dadingovereenkomst met Evolta
Onderwerp: Gemeente Tremelo en Evolta Engineers nv - dading - studieopdracht met betrekking tot de aanleg van riolering in de Meiboomlaan, Rozenlaan en Bonten Osstraat

 

 

Voorgeschiedenis

        28 februari 2013: gemeenteraadsbeslissing waarbij de bestaande studieopdracht van 1997 met cvba Stabo gewijzigd wordt, meer bepaald de aan te leggen rioleringen werden aangepast aan de toenmalige gekende en nieuwe tracés;

        19 juli 2022: collegebeslissing waarbij de oude overeenkomst tussen de gemeente en Evolta betreffende het project Heistraat - Rozenlaan - Schaluinstraat wordt vanwege de gemeente eenzijdig verbroken.

 

Feiten en context

De ontwerpopdracht voor het rioleringsproject Meiboomlaan, Rozenlaan en Bonten Osstraat werd op 31 januari 1995 gegund aan de rechtsvoorganger van Evolta. Na toewijzing werd de opdracht op 28 februari 2013 aangepast: het projectgebied werd gewijzigd naar Rozenlaan, Heistraat en Schaluinstraat. De overige bepalingen van de overeenkomst van 30 september 1997, waaronder het ereloon en de voorwaarden voor vroegtijdige beëindiging, bleven ongewijzigd.

Op 14 april 2022 vroeg de gemeente aan Evolta of zij konden voldoen aan de planning om het dossier voor eind oktober 2022 in te dienen bij VMM, zodat het opgenomen kon worden in het eerste kwartaalprogramma van 2022. Evolta bevestigde dat de timing haalbaar was, maar dat dit niet kon binnen de ereloonbepalingen van de studieovereenkomst van 1997, zoals gewijzigd bij gemeenteraadsbeslissing van 2013.

Evolta deed een voorstel voor een bijakte, dat door de gemeente werd geëvalueerd met advies van Aquafin. Hieruit bleek dat een aantal posten van ‘meerwerk’ wel onder het ereloon zoals bepaald in de overeenkomst vallen. Na overleg met Evolta en Aquafin werd geen akkoord bereikt.

Na een berekening werd duidelijk dat de gemeente netto zou besparen door het contract met Evolta te beëindigen en de studieopdracht via de raamovereenkomst met Aquafin toe te wijzen aan een nieuwe ontwerper, Sweco Belgium nv, via een ‘Multilaterale Overeenkomst’ voor studieopdrachten.

Op 1 december 2025 richtte Evolta een formele brief aan de gemeente, waarin zij eenzijdig de lopende overeenkomst beëindigden en een verbrekingsvergoeding van €39.472,51 inclusief btw eisten.

 

Juridische grond

        Het oud Burgerlijk Wetboek, artikel 2044 en volgende waarbij de partijen door middel van een dading een gerezen geschil beëindigen of een toekomstig geschil voorkomen;

        Het Decreet Lokaal Bestuur, artikel 41, §2, 17° waarbij de gemeenteraad bevoegd is voor het aangaan van dadingen.

 

Argumentatie

Op 1 december 2025 stuurde Evolta Engineers nv een brief aan de gemeente met de formele kennisgeving van de beëindiging van de opdracht “Overheidsopdracht voor diensten: aanleg riolering en wegenis in de Meiboomlaan, Rozenlaan en Bonten Osstraat” van 30 september 1997, conform artikel 9.2 van de overeenkomst. Daarbij werd een ereloonnota ingediend van € 39 472,51 inclusief btw.

 

De gemeente kan echter niet akkoord gaan met de berekeningswijze van Evolta, omdat zij in 2022 uitdrukkelijk had gevraagd om geen werkzaamheden in dit dossier uit te voeren in afwachting van een formele beslissing over de beëindiging van de overeenkomst.

 

Met het oog op een snelle minnelijke regeling stelde de gemeente voor de schadevergoeding te berekenen volgens artikel 9.1 van de overeenkomst, zijnde 10% van het totale voorziene ereloon. Voor prestaties die buiten het voorziene ereloon vallen, kan de gemeente wél instemmen met betaling.

 

Om het geschil en de financiële gevolgen van de beëindiging minnelijk te regelen, werd een dadingsovereenkomst tussen de gemeente en Evolta Engineers nv onderhandeld. Hierin komen beide partijen overeen dat de gemeente een finale schadevergoeding van € 16 845,68 exclusief btw (€ 20 383,27 inclusief btw) aan Evolta betaalt.

De samenstelling van dit bedrag is als volgt:

        10% van het ereloon op basis van het gunningsbedrag: €12 469,82 exclusief btw

        100% van het ereloon voor buitencontractuele prestaties: € 4375,86 exclusief btw

 

Het bedrag zal binnen 30 kalenderdagen na ondertekening van de dading worden overgemaakt op rekeningnummer BE37 0689 3727 2328, ten name van Evolta Engineers nv.

 

Beide partijen doen wederzijds afstand van alle andere vorderingen en claims die rechtstreeks of onrechtstreeks verband houden met deze betwisting. Zij zijn elkaar na betaling van dit bedrag niets meer verschuldigd.

 

Financiële weerslag

 

Registratiesleutel

Actienummer

Kredietstand

Vastlegging

2270007/0310/MJP1867

 

AC000074

97 906,63

20 383,27 euro

 

BESLUIT

16 stemmen voor: Bert De Wit, Bertrand Eraly, Elynn Van Uffel, Nico Scheers, Diana Van Leemputten, Diane Willems, Jan Van Herck, Christoph Torfs, Luc Goffin, Joris Heremans, Katrien van Gilse, Steven De Haes, Hannah Desaever, Conan Mattheus, Mario Mergaerts en Paul Mergaerts

5 stemmen tegen: Paul Dams, Leo Van Win, Chris Lievens, Sonja Van Espen en Kimberley Leys

4 onthoudingen: Nadia Van Beughem, Alain Verschaeren, Jolien Wittemans en Ludovic Geuens

 

Art. 1:

De gemeenteraad beslist om een dadingsovereenkomst af te sluiten met Evolta Engineers nv in het kader van de beëindiging van de overeenkomst van 30 september 1997 betreffende de studieopdracht voor het rioleringsproject Meiboomlaan, Rozenlaan en Bonten Osstraat.

 

Art. 2:

De gemeenteraad gaat tevens akkoord met de betaling van de afgesproken verbrekingsvergoeding van

20 383,27 euro aan Evolta Engineers nv.

 

Art. 3:

De dadingsovereenkomst wordt als bijlage gevoegd bij dit besluit en maakt er integraal deel van uit.

 

Art. 4:

Het bedrag zal binnen de 30 kalenderdagen en na ondertekening van de dading door beide partijen, worden betaald aan Evolta Engineers nv, KBO nr. 0420.481.538, Havenlaan 86C/103A, op het rekeningnummer BE37 0689 3727 2328.

 

Art. 5:

De voorzitter van de gemeenteraad en de algemeen directeur worden gemachtigd om de dadingsovereenkomst te ondertekenen en uitvoering te geven aan deze beslissing.

 

Art. 6:

De ondertekende dadingsovereenkomst wordt overgemaakt aan mevrouw Nele De Smet, gedelegeerd bestuurder van Evolta Engineers nv.

 

 

 

Publicatiedatum: 28/04/2026
Overzicht punten

 

Zitting van 26 maart 2026

 

Afdeling Grondgebiedzaken

 

Overheidsopdrachten

P.10. Dossiernaam: Concessie parkeertoezicht 2026-2029
Onderwerp: Concessie voor toezicht en handhaving op het parkeren in de blauwe zone gedurende de periode 2026-2029 - concessievoorwaarden en start plaatsingsprocedure

 

 

Voorgeschiedenis

        23 december 2020: de gemeenteraad besluit tot invoeren van parkeren met beperkte tijd in het centrum van Tremelo;

        29 oktober 2020: de gemeenteraad stelt het retributiereglement betreffende het parkeren in een blauwe zone vast.

 

Feiten en context

De organisatie van parkeertoezicht vergt specifieke expertise, opleiding en organisatorische middelen om dit toezicht structureel en permanent te organiseren.

De gemeente beschikt niet over voldoende personeel en organisatorische middelen om dit toezicht op een efficiënte en continue wijze zelf uit te voeren.

Vandaar dat de gemeente voor  het toezicht en de handhaving van het parkeertoezicht in de blauwe zones  een beroep wenst te doen op een externe partner.

Externe partners gespecialiseerd in parkeerbeheer beschikken over de nodige expertise en infrastructuur om het beheer en de inning van parkeerretributies professioneel te organiseren.

Hiervoor dient er een concessieopdracht in de markt gezet te worden.

 

Juridische grond

        Het Decreet Lokaal Bestuur, artikel 40 waarin de bevoegdheden van de gemeenteraad zijn bepaald;

        Het Decreet Lokaal Bestuur, artikels 326 tot en met 341 betreffende het bestuurlijk toezicht;

        De wet van 17  juni 2016 betreffende de concessieovereenkomsten;

        Het Koninklijk Besluit van 25 juni 2017 betreffende de plaatsing en de algemene uitvoeringsregels van de concessieovereenkomsten;

        De wet van 17 juni 2013 betreffende de motivering, de informatie en de rechtsmiddelen inzake overheidsopdrachten, bepaalde opdrachten voor werken, leveringen en diensten en concessies.

 

Argumentatie

Het inschakelen van een externe partner laat toe het parkeertoezicht efficiënt, uniform en rechtszeker te organiseren. Door de uitbesteding kan de gemeente haar eigen personeel maximaal inzetten op kerntaken.

Het uitbesteden van het parkeertoezicht is organisatorisch en financieel een aangewezen oplossing voor de gemeente.

Door de concessie kan de gemeente haar middelen inzetten op beleidsbepaling, toezicht en controle, terwijl de uitvoering wordt geprofessionaliseerd. De gemeente behoudt de volledige regie over het parkeerbeleid, het retributiereglement en de tarieven.

In de concessieovereenkomst worden duidelijke bepalingen opgenomen inzake transparantie, rapportering, klantvriendelijkheid, bezwaarafhandeling en toezicht door de gemeente.

 

In het kader van de opdracht "Concessie voor toezicht en handhaving op het parkeren in de blauwe zone" werd een bestek/concessievoorwaarden opgesteld door de dienst overheidsopdrachten.

De concessieovereenkomst zal worden afgesloten voor een periode van 1 jaar waarna deze maximaal drie keer (stilzwijgend) kan verlengd worden, behoudens voortijdige beëindiging van de overeenkomst.

 

De voorwaarden van de concessie zijn vervat in het bijgevoegde bestek en maken integraal deel uit van deze beslissing.

De economisch meest voordelige offerte zal gekozen worden, vastgesteld rekening houdend met de beste prijs-kwaliteitsverhouding op basis van de gunningscriteria opgenomen in het bestek.

 

Financiële weerslag

 

Registratiesleutel

Actienummer

Kredietstand

Vastlegging

7017000/0220/MJP1627

AC000133

7 000 euro

geraamd opbrengst van +/- 4 000 euro per jaar

 

BESLUIT

15 stemmen voor: Bert De Wit, Bertrand Eraly, Elynn Van Uffel, Nico Scheers, Diana Van Leemputten, Diane Willems, Jan Van Herck, Christoph Torfs, Luc Goffin, Joris Heremans, Steven De Haes, Hannah Desaever, Conan Mattheus, Mario Mergaerts en Paul Mergaerts

6 stemmen tegen: Paul Dams, Leo Van Win, Chris Lievens, Katrien van Gilse, Sonja Van Espen en Kimberley Leys

4 onthoudingen: Nadia Van Beughem, Alain Verschaeren, Jolien Wittemans en Ludovic Geuens

 

Het college van burgemeester en schepenen stemt in met het agenderen van het ontwerpbesluit voor de concessieopdracht 2026 - 2029 op de gemeenteraad van  26 maart 2026.

 

Art. 1

De gemeenteraad beslist om het toezicht en de handhaving  op het parkeren in de blauwe zone toe te vertrouwen aan een externe partner via een concessieovereenkomst.

 

Art. 2:

De gemeenteraad keurt goed dat voor de organisatie van het parkeertoezicht een concessieopdracht in de markt wordt geplaatst, overeenkomstig de wet van 17 juni 2016 betreffende concessieovereenkomsten.

 

De concessie heeft betrekking op de controle op de naleving van de blauwezonereglementering in de gemeente. Dit omvat het toezicht op parkeren met beperkte parkeertijd, evenals de volledige administratieve afhandeling en opvolging van de uitgeschreven retributies.

 

Art. 3

De gemeenteraad keurt de concessievoorwaarden goed.  De concessievoorwaarden worden als bijlage gevoegd bij dit besluit en maken er integraal deel van uit.

 

Art. 4:

De gemeenteraad belast het college van burgemeester en schepenen met de organisatie van de plaatsingsprocedure, de gunning en de opvolging van de concessie.

 

 

 

Publicatiedatum: 28/04/2026
Overzicht punten

 

Zitting van 26 maart 2026

 

Afdeling Financiële zaken

 

Financiën

P.12. Dossiernaam: Reglement prijssubsidies AGBT - aanpassing
Onderwerp: Reglement prijssubsidies AGBT 2026 - 2031: aanpassing prijssubsidiefactor vanaf 1 april 2026

 

 

Voorgeschiedenis

26 september 2019: Goedkeuring door de gemeenteraad van het prijssubsidiereglement AGB Tremelo voor de periode 1/10/2019 tot 31/12/2025.

28 oktober 2021: Goedkeuring door de gemeenteraad van de aanpassing van de prijssubsidiefactor AGB Tremelo voor de periode vanaf 1 november 2019 tot en met 31 december 2025.

31 maart 2022: Goedkeuring door de gemeenteraad en de raad van bestuur van het autonoom gemeentebedrijf van de beheersovereenkomst tussen de gemeente Tremelo en AGB Tremelo.

23 maart 2023: Goedkeuring door de gemeenteraad van de gecoördineerde statuten van het AGB Tremelo met ingang vanaf 1 april 2023.

23 maart 2023: Goedkeuring door de gemeenteraad van wijzigingen aan de beheersovereenkomst met het autonoom gemeentebedrijf Tremelo vanaf 1 april 2023.

 21 december 2023: Goedkeuring door de gemeenteraad van de aanpassing van de prijssubsidiefactor AGB Tremelo vanaf 1 januari 2024 van factor 2,00 naar factor 2,42.

29 augustus 2024: Goedkeuring door de gemeenteraad van de aanpassing van de prijssubsidiefactor AGB Tremelo vanaf 1 oktober 2024 naar een factor 0,00.

24 oktober 2024: Goedkeuring door de gemeenteraad van de aanpassing van de prijssubsidiefactor AGB Tremelo vanaf 1 januari 2025 naar een factor 2,02

25 september 2025: Goedkeuring door de gemeenteraad van de aanpassing van de prijssubsidiefactor AGB Tremelo vanaf 1 oktober 2025 naar een factor 1,92.

18 december 2025: Goedkeuring door de gemeenteraad van het evaluatieverslag AGB Tremelo waarin wordt beslist om de verzelfstandiging van het AGB Tremelo te behouden en verder uit te bouwen.

10 maart 2026: Goedkeuring door het Directiecomité AGBT van de raming van opbrengsten en kosten van het jaar 2026 en voorstel aan de gemeenteraad om de prijssubsidiefactor vanaf 1 april 2026 te verhogen van factor 1,92 naar factor 3,01.

 

Feiten en context

Conform de Beslissing ET 129.288 van 19-01-2016 (gepubliceerd 03-02-2016) gelden de volgende principes op het vlak van winstgevendheid van een autonoom gemeentebedrijf (AGB):

1. Een AGB is in principe een gewone BTW-plichtige met recht op aftrek van BTW. Dat impliceert dus dat een AGB de BTW op haar exploitatie- en investeringsuitgaven volgens de normale regels in aftrek kan brengen.

2. Voorwaarde daartoe is wel dat het AGB een winstoogmerk heeft en dat dus statutair is bepaald dat eventueel gemaakte winsten moeten worden uitgekeerd en dat ook effectief gebeurt.

3. Om te beoordelen of er winstoogmerk is, moet de globale activiteit van het AGB in aanmerking worden genomen.

4. De administratie kan onderzoeken of die statutaire bepalingen niet louter theoretisch zijn. Dat zal wel het geval zijn wanneer systematisch tekorten voorkomen in hoofde van het AGB omdat de aan de bezoekers van de inrichting aangerekende prijzen niet volstaan om de exploitatiekosten van het AGB te dekken.

5. Werkingssubsidies die door de gemeente aan het AGB worden toegekend mogen in principe niet in

aanmerking worden genomen voor de beoordeling van het winstoogmerk, prijssubsidies die door de gemeente aan het AGB worden toegekend komen daarentegen wel in aanmerking voor de beoordeling van het winstoogmerk.

6. In de loop van het boekjaar is het mogelijk om het bedrag van de prijssubsidies aan te passen rekening houdende met de evolutie van het resultaat. Deze aanpassing kan niet retroactief ingaan, maar geldt enkel voor de toekomst. Per boekjaar mag deze prijssubsidiefactor maximaal twee keer worden aangepast.

 

Juridische grond

BTW wetgeving

Beslissing ET 129.288 van 19-01-2016 (gepubliceerd 03-02-2016).

Besluit gemeenteraad van 26-9-2019 inzake goedkeuring prijssubsidiereglement voor AGB Tremelo.

13 oktober 2022: circulaire 2022/C/100 betreffende de BTW-regeling die van toepassing is op autonome gemeentebedrijven.

 

Argumentatie

De prijssubsidie moet AGB Tremelo de mogelijkheid bieden om een positief operationeel resultaat te boeken conform de richtlijnen van de BTW-administratie. Het vigerende prijssubsidiereglement bepaalt dat de gemeente een prijssubsidie toekent voor de toegang tot sportinfrastructuur. De omzet van het AGB, en bijgevolg ook de prijssubsidie, is onderhevig aan een btw-percentage van 6%. De prijssubsidiefactor bedraagt momenteel 1,92.

 

Een beoordeling van de vigerende prijssubsidiefactor van 1,92 dringt zich op. De nieuwe factor die het Directiecomité van het AGB voorstelt om toe te passen geldt vanaf 1 april 2026. (op basis van de hernieuwde berekeningen van Moore Consultancy) bedraagt 3,01. Zie bijlagen.  

 

De voorgestelde prijssubsidiefactor van 3,01 geldt voor toegangstickets van het zwembad, de tennisterreinen, de turnzaal en de nieuwe sporthal (hierna genoemd "vrijetijdsinfrastructuur") maar niet op toegangstickets voor het Damiaan museum.

 

Financiële weerslag

 

Registratiesleutel

Actienummer

Kredietstand

Vastlegging

6495000/0742-01

AC000001 - Gelijkblijvend beleid

816.196,31

498.918,86

 

De vastlegging is het geraamde prijssubsidiebedrag inclusief 6% BTW voor 2026.

 

BESLUIT

15 stemmen voor: Bert De Wit, Bertrand Eraly, Elynn Van Uffel, Nico Scheers, Diana Van Leemputten, Diane Willems, Jan Van Herck, Christoph Torfs, Luc Goffin, Joris Heremans, Steven De Haes, Hannah Desaever, Conan Mattheus, Mario Mergaerts en Paul Mergaerts

6 stemmen tegen: Paul Dams, Leo Van Win, Chris Lievens, Jolien Wittemans, Sonja Van Espen en Kimberley Leys

4 onthoudingen: Nadia Van Beughem, Alain Verschaeren, Katrien van Gilse en Ludovic Geuens

 

Artikel 1

De gemeenteraadsbeslissing van 25 september 2025 aangaande de aanpassing van de prijssubsidiefactor wordt ingetrokken en hernomen als volgt. De gemeenteraad keurt het prijssubsidiereglement voor AGB Tremelo goed als volgt:

 

Tussen

 

1. De gemeente Tremelo, met zetel te Veldonkstraat 1, 3120 Tremelo, hier vertegenwoordigd door het College van Burgemeester en Schepenen, voor wie optreden Bert De Wit, burgemeester en Wim Vandenbroeck, algemeen directeur, hierna genoemd “gemeente”, enerzijds,

en

2. Het autonoom gemeentebedrijf Tremelo, met maatschappelijke zetel te Veldonkstraat 1, 3120 Tremelo, hierbij rechtsgeldig vertegenwoordigd door de Raad van Bestuur, voor wie optreedt Bertrand Eraly, voorzitter en Wim Vandenbroeck, secretaris AGB, hierna genoemd “AGB Tremelo”, anderzijds,

 

wordt overeengekomen dat de gemeente prijssubsidies zal toekennen aan het AGB Tremelo voor de volgende activiteiten georganiseerd door het AGB Tremelo:

het verlenen van recht op toegang tot de sportinfrastructuur en het recht om er gebruik van te maken.

 

Dit prijssubsidiereglement legt de toekenning van deze prijssubsidies vast en geldt voor de periode vanaf 1 april 2026.

 

Artikel 2

 

Het AGB heeft haar inkomsten en uitgaven geraamd voor het kalenderjaar 2026 (zie bijlagen ). Op basis van deze ramingen heeft het AGB vastgesteld dat voor het kalenderjaar 2026 de inkomsten uit toegangsgelden  minstens 860.692,77 euro excl BTW dienen te bedragen om economisch rendabel te zijn. Om economisch rendabel te zijn wenst het AGB vanaf 1 april 2026 de voorziene toegangsprijzen (inclusief 6 % btw)  te vermenigvuldigen met een factor 4,01.De gemeenteraad erkent dat het AGB, op basis van deze ramingen, de voorziene toegangsprijzen (inclusief 6% btw) voor toegangsgelden zou moeten vermenigvuldigen met  een factor 4,01 om economisch rendabel te zijn.

 

Rekening houdend met de sportieve en sociale functie van de vrijetijdsinfrastructuur wenst het gemeentebestuur dat er tijdens het kalenderjaar 2026 geen prijsverhogingen doorgevoerd worden ten aanzien van gebruikers van de vrijetijdsinfrastructuur. Het gemeentebestuur wenst immers de toegangsgelden te beperken opdat de vrijetijdsinfrastructuur toegankelijk is voor iedereen. Het gemeentebestuur verbindt er zich toe om deze beperkte toegangsgelden te subsidiëren middels de toekenning van prijssubsidies.

 

De waarde van de prijssubsidie toegekend door het gemeentebestuur voor toegangsgelden voor de vrijetijdsinfrastructuur bedraagt de prijs (inclusief 6% btw) die de bezoeker voor recht op toegang betaalt, vermenigvuldigd met een factor 3,01 vanaf 1 april 2026.

 

De bedragen van de prijssubsidies uitgedrukt in euro zijn opgenomen in de bijlagen, welke integrerend deel uitmaken van deze beslissing.

 

De gesubsidieerde toegangsgelden (inclusief 6% btw) kunnen steeds geherevalueerd worden in het kader van een periodieke evaluatie van de totale exploitatieresultaten van het AGB. In de mate er een prijssubsidieaanpassing noodzakelijk is zal het gemeentebestuur deze steeds documenteren. De bedragen van de prijssubsidies kunnen slechts tweemaal per jaar worden herzien en kunnen uitsluitend van toepassing zijn voor toekomstige diensten.

 

Het gemeentebestuur vestigt de aandacht erop dat de prijssubsidies deel uitmaken van de maatstaf van heffing en derhalve op de factuur dienen te worden vermeld wanneer de uitreiking van een BTW-factuur verplicht is.

 

Het AGB Tremelo moet op de 20e werkdag van elke maand de gemeente een overzicht bezorgen van het aantal gebruikers waaraan recht op toegang is verleend tot de sportinfrastructuur in Tremelo tijdens de voorbije maand. Dit overzicht dient tevens het bedrag aan te betalen prijssubsidies te bevatten. De afrekening van deze prijssubsidies zal gebeuren middels de uitreiking van een debetnota die het AGB Tremelo uitreikt aan de gemeente. De gemeente dient deze debet nota te betalen aan het AGB Tremelo binnen de 30 werkdagen na ontvangst.

 

 

 

Publicatiedatum: 28/04/2026
Overzicht punten

 

Zitting van 26 maart 2026

 

Afdeling Vrije Tijd

 

Vrije Tijd

P.13. Dossiernaam: Retributiereglement verkoop op evenementen
Onderwerp: Retributiereglement verkoop dranken en versnaperingen op gemeentelijke evenementen

 

 

Voorgeschiedenis

28 maart 2024: gemeenteraadsbeslissing retributiereglement verkoop dranken en versnaperingen op en toegangsprijs van gemeentelijke evenementen.

 

Feiten en context

Jaarlijks worden een aantal gemeentelijke evenementen georganiseerd waarbij drank en versnaperingen verkocht worden aan democratische prijzen.

 

Juridische grond

        Artikel 170§4 van de Grondwet bepaalt de fiscale autonomie van de gemeente en stelt dat geen last of belasting kan worden ingevoerd, dan door een beslissingen van haar raad.

        Artikel 173 van de Grondwet bepaalt dat van de burger een retributie kan gevorderd worden als belasting ten behoeve van de gemeente.

        Artikel 40§3 en Artikel 41§2-14 van het decreet lokaal bestuur bepaalt dat het tot de bevoegdheid van de gemeenteraad behoort om reglementen vast te stellen die betrekking hebben op gemeentelijke retributies.

        Besluit van de Vlaamse Regering van 20 april 2018 betreffende de bekendmaking en raadpleegbaarheid van besluiten en verorderingen van het lokaal bestuur.

 

Argumentatie

Het is de bedoeling om voor alle gemeentelijke evenementen eenzelfde tarief te hanteren.

 

Financiële weerslag

 

De hiervoor gegenereerde ontvangsten zullen geboekt worden op diverse beleidsvelden in de gemeentelijke boekhouding.

 

BESLUIT

eenparig

 

Art. 1:

De gemeenteraad beslist vanaf heden en voor een termijn eindigend op 31.12.2031 een retributie te heffen op de verkoop van dranken en versnaperingen op gemeentelijke evenementen.

        frisdrank, chips, bieren met een laag alcoholgehalte, warme dranken: 2,50 euro

        bieren met een hoog alcoholgehalte, wijn, cava: 5 euro

Art. 2:

Dit reglement zal worden bekend gemaakt conform het decreet lokaal bestuur

 

 

 

Publicatiedatum: 28/04/2026
Overzicht punten

 

Zitting van 26 maart 2026

 

Afdeling Vrije Tijd

 

Vrije Tijd

P.14. Dossiernaam: Politieverordening inzake bewakingswet Retro Party
Onderwerp: Politieverordening inzake bewakingswet naar aanleiding van de fuif 'Retro Party' (Niels Albert Bike Fest) op zaterdag 11 april 2026

 

 

Voorgeschiedenis

        Aanvraag, ingediend op 14 februari 2026, via het digitale loket 'fuif aanvragen' door Stijn Salien namens Niwist vzw, tot organisatie van de fuif 'Retro Party' op zaterdag 11 april 2026.

        Oorspronkelijk zou de fuif doorgaan op de weide naast het voetbalveld aan de Vinneweg/Kalvenne. Deze locatie werd recent gewijzigd naar het binnenplein van parking Vinneweg.

        De goedkeuring voor de fuif (welke deel uitmaakt van het evenement Niels Albert Bike Fest) wordt behandeld door het college van burgemeester en schepenen in zitting van 31 maart 2026.

 

Feiten en context

        Niwist vzw organiseert op zaterdag 11 april 2026 de fuif Retro Party als onderdeel van Niels Albert Bike Fest, in een spiegeltent op het binnenplein van parking Vinneweg te Tremelo.

        Het is nodig politiemaatregelen te nemen om het goede verloop van de fuif Retro Party op zaterdag 11 april 2026 enerzijds en de openbare orde, rust en veiligheid van de bevolking anderzijds te verzekeren.

 

Juridische grond

        Het decreet Lokaal Bestuur, inzonderheid op artikels 2, 40§1, 41§1, 56§1 en 63;

        De nieuwe Gemeentewet, inzonderheid op artikels 119, 119bis, 134 en 135§2;

        De wet van 13 mei 1999 tot invoering van gemeentelijke administratieve sancties;

        Het Koninklijk Besluit van 7 januari 2001, tot vaststelling van de procedure tot aanwijzing van de ambtenaar en tot inning van de boetes in uitvoering van de wet van 13 mei 1999, betreffende de invoering van de gemeentelijke administratieve sancties;

        De wet van 7 mei 2004 tot wijziging van de nieuwe gemeentewet;

        De wet van 20 juli 2005 houdende diverse bepalingen, inzonderheid de artikelen 21 en 22;

        Het Koninklijk Besluit van 17 maart 2005 tot vaststelling van de inwerkingtreding van de wet van 17 juni 2004 tot wijziging van de nieuwe gemeentewet;

        Het Koninklijk Besluit van 5 december 2004 houdende vaststelling van de minimumvoorwaarden waaraan de gemeenteambtenaren moeten voldoen, zoals bepaald in artikel 119bis, §6, tweede lid, 1° van de nieuwe gemeentewet;

        Het besluit van de gemeenteraad van 19 december 2005 houdende aanpassing van het politiereglement op administratieve sancties;

        Het besluit van de gemeenteraad van 28 augustus 2005 houdende aanwijzing provinciale ambtenaren voor het opleggen van gemeentelijke administratieve geldboetes;

        De wet van 2 oktober 2017 over de regeling van de private en bijzondere veiligheid;

        Het decreet lokaal bestuur van 22 december 2017, inzonderheid op artikels 287 en 288 met betrekking tot de bekendmaking van de reglementen en verordeningen.

 

Argumentatie

De gemeentelijke overheid staat in voor de nodige veiligheid, meer bepaald de veiligheid op straten, kaden, pleinen en openbare wegen.

Een daadwerkelijk gemeentelijk handhavingsbeleid kan de gemeente meer armslag bieden bij het afdwingbaar maken van plaatselijke politiereglementen en verordeningen.

De handhaving van administratief strafbaar gestelde overtredingen kan de gemeente de mogelijkheid bieden sneller te reageren op problemen van lokale aard.

 

Het is nodig politiemaatregelen te nemen om het goede verloop van de fuif 'Retro Party' op zaterdag 11 april 2026 enerzijds en de openbare orde, rust en veiligheid van de bevolking anderzijds te verzekeren.

Dit reglement legt de wettelijke verplichtingen en administratieve straffen vast inzake de overtredingen die in de gemeentelijke reglementen administratief strafbaar werden gesteld.

 

Financiële weerslag

Er is geen financiële weerslag.

 

BESLUIT

Stemming acceptatie hoogdringend punt

eenparig

eenparig

 

Art. 1:

De organisator kan vrijwilligers aanstellen in het kader van art. 24 van de wet van 2 oktober 2017 op voorwaarde dat:

1.1. de burgemeester hiertoe, na advies van de korpschef van de PZ BRT, op een door de minister bepaalde wijze, de toestemming hiervoor heeft verleend aan de vereniging.

 1.2. de personen effectief lid zijn van de vereniging, of de personen een effectieve of aanwijsbare band hebben met de vereniging en dat de personen hun activiteit slechts sporadisch en onbezoldigd uitoefenen. De aanvraag hiertoe dient uiterlijk 2 weken voor de datum van het evenement toe te komen bij de burgemeester.

 1.3. de vrijwilligers dienen onder meer te voldoen aan volgende voorwaarden:

        Niet veroordeeld geweest zijn, zelfs niet met uitstel, tot enige correctionele of criminele straf, zoals bedoeld in artikel 7 van het Strafwetboek of tot een gelijkaardige straf in het buitenland, behoudens veroordelingen wegens inbreuken op de wetgeving betreffende de politie over het wegverkeer;

        Niet tegelijkertijd lid zijn van een politiedienst of een inlichtingendienst, noch een functie hebben in een penitentiaire instelling, noch activiteiten uitoefenen van privédetective, van wapen- of munitiefabrikant of -handelaar of enige andere werkzaamheid uitoefenen die, doordat ze wordt uitgeoefend door dezelfde persoon die ook een functie uitoefent in de sector van de private of bijzondere veiligheid, een gevaar kan opleveren voor de in- of uitwendige veiligheid van de Staat of voor de openbare orde;

        Minstens achttien jaar oud zijn;

        Niet geschrapt zijn uit het Rijksregister van natuurlijke personen zonder nieuw adres achter te laten;

        In de afgelopen drie jaar geen lid geweest zijn van de inlichtingendiensten of van die politiediensten waarbij het onmiddellijk erna uitoefenen van een functie in de private veiligheid een gevaar oplevert voor de Staat of voor de openbare orde.

 

Art. 2:

De lijst van bewakingsondernemingen die activiteiten zullen uitoefenen in het kader van de fuif 'Retro Party' dient ten laatste 2 weken voorafgaandelijk aan het evenement toe te komen bij de burgemeester. De informatie die dient meegedeeld te worden betreft de naam en het adres van de betrokken bewakingsondernemingen, de personalia van de bewakingsagenten die zullen ingezet worden en de personeelsleden van de betrokken bewakingsfirma’s die de leiding over deze bewakingsagenten zullen uitoefenen, de aard van de bewakingsactiviteiten en de data en plaatsen waarop de bewakingsactiviteiten zullen uitgevoerd worden.

 

Art. 3:

De fouilles van personen in het kader van de toegangscontrole, zullen enkel mogen worden uitgevoerd ter hoogte van de ingang van de spiegeltent waarin de Retro Party plaatsvindt, locatie binnenplein parking Vinneweg te Tremelo, en mogen slechts uitgeoefend worden mits uitdrukkelijke toestemming van de burgemeester en in overeenstemming met hetgeen is bepaald in de artikels 102 t.e.m. 104 v.d. wet van 2 oktober 2017.

De aanvraag hiertoe dient ten laatste 2 weken voorafgaandelijk aan het evenement toe te komen bij de burgemeester en dient vergezeld te zijn van de volgende gegevens:

        de lijst van de bewakingsondernemingen en de personalia van de bewakingsagenten die de fouilles zullen uitvoeren;

        de vermelding op welke tijdstippen en in welke omstandigheden de fouilles zullen gebeuren.

Fouilles bij uitgangscontrole zijn niet toegestaan.

 

Art. 4:

Iedereen die professioneel met een bewakingsactiviteit belast is, dient op een duidelijk leesbare wijze, ofwel een herkenningsteken (badge) te dragen conform artikels 79, 80 en 95 van de wet van 2 oktober 2017, waarop duidelijk hun naam, de naam van de onderneming waarvoor ze werken en het adres van de exploitatiezetel staan vermeld, ofwel de identificatiekaart. Ze moeten tevens in het bezit zijn van de door de Minister van Binnenlandse zaken afgeleverde identificatiekaart en drager zijn van werkkledij conform het MB van 8 juni 2007 tot bepaling van het model van de werkkleding en het embleem van bewakingsagenten.

Wat de vrijwilligers betreft die met een bewakingsactiviteit belast zijn dienen deze één en dezelfde werkkledij te dragen waardoor ze, duidelijk onderscheiden van andere functies en van de professionele bewakingsagenten, door het publiek kunnen worden herkend als verantwoordelijk voor een securitydienst. Ze dienen tevens een badge te dragen met vermelding van hun naam, functie en de dienst waarvoor ze werken.

 

Art. 5:

Het gebied wordt omschreven, met perimeter waarbinnen de bewakingswet van toepassing is, als volgt:

        Vinneweg (verbindingsstraatje tussen Schrieksebaan en parking Vinneweg + weg rondom de parking)

        Volledige parking Vinneweg

        Pastoor Van Winkelstraat (gedeelte tussen kruispunt met Astridstraat en parking Vinneweg / weg rondom de parking)

De perimeter waarbinnen de bewakingswet van toepassing is, zal ingesteld worden op zaterdag 11 april 2026 vanaf 18.00 uur tot ten laatste zondag 12 april 2026 om 05.00 uur als zone waarbinnen bewakingsactiviteiten kunnen worden uitgeoefend in de zin van art. 3 lid van de wet van 02 oktober 2017.

Voornoemde perimeter dient op zichtbare wijze voor het publiek afgebakend te zijn volgens de bepalingen van het MB van 10 november 2017. Derhalve kunnen personen belast met toezichtsopdrachten in de zin van de wet geplaatst worden aan de nadarbarelen binnen voormelde perimeters waarbinnen de bewakingswet van toepassing is.

 

Art. 6:

Het uitvoeren van georganiseerde rondes door private personen, bewakingsondernemingen en interne bewakingsdiensten met het oog op het verzekeren van de orde buiten de afgebakende zone zoals bepaald in art. 5 is verboden.

 

Art. 7:

Al de personen die in dit kader worden ingezet dienen elke strafbare handeling die door hen wordt vastgesteld onmiddellijk door te geven aan de politiediensten.

 

Art. 8:

De onderhavige verordening treedt in werking, onmiddellijk na de bekendmaking ervan, overeenkomstig artikel 287 en 288 van het Decreet Lokaal Bestuur en volgens artikel 12 van het koninklijk besluit van 16 maart 1968 tot coördinatie van de wetten betreffende de politie over het wegverkeer.

 

Art. 9:

De leden van de Lokale en Federale Politie zijn gelast met de uitvoering van deze verordening. De inbreuken op de beschikkingen van deze verordening zullen bestraft worden met politiestraffen.

 

Art. 10:

Een afschrift van onderhavige verordening zal worden overgemaakt aan de bevoegde overheden.

 

 

 

Publicatiedatum: 28/04/2026
Overzicht punten

 

Zitting van 26 maart 2026

 

Afdeling P&O

 

Secretariaat

T.1. Dossiernaam: Extra agendapunt 1 - op vraag van Vlaams Belang
Onderwerp: Het installeren van verzonken LED-verlichting aan strategische zebrapaden

 

 

Voorgeschiedenis

16 maart 2026: mail van gemeenteraadsleden Alain Verschaeren, Nadia Van Beughem en Ludovic Geuens. Zij wensen een extra agendapunt toe te voegen aan de gemeenteraad van 26 maart 2026.

 

Argumentatie

In onze buurgemeenten Begijnendijk en Rotselaar bestaat het al: zogenaamde LED-road stubs aan de zebrapaden. Dat zijn in de straat verzonken compacte  LED-lichten die in het donker knipperen, en zo extra de aandacht van de gemotoriseerde weggebruikers vestigen op de aanwezigheid van zebrapaden.

Met dit voorstel van beslissing willen indieners dat het gemeentebestuur onderzoekt hoe deze technologie prioritair kan worden toegepast op risicovolle locaties in onze gemeente. We denken daarbij aan de zebrapaden bij het inrijden van bebouwde kommen en in de nabijheid van scholen, waar momenteel geen extra verlichting boven de zebrapaden is aangebracht of waar het verkeer niet wordt geregeld met verkeerslichten, of aan zebrapaden langs schaars verlichte drukkere wegen met hogere snelheid.

Doordat deze verlichting laag in het wegdek wordt geplaatst, neemt het geen extra ruimte in. Tevens is er geen bijkomende signalisatie of grote constructies nodig.

Indieners zijn ervan overtuigd dat deze opvallende lichtsignalen de alertheid van bestuurders verhogen,  en bijdragen tot een preventieve verbetering van de verkeersveiligheid, vooral bij schemering, duisternis of slechte weersomstandigheden.

Daarnaast benadrukken indieners dat het om een energiezuinige en relatief betaalbare maatregel gaat. Met vier ‘studs’ per zebrapad (twee in iedere rijrichting) is de kostprijs per zebrapad minder dan 100 euro.

Als mogelijke locaties denken indieners hierbij bijvoorbeeld aan (maar niet gelimiteerd tot):

        Zebrapad Werchtersebaan thv Basisschool Cocon

        Zebrapaden aan rond punt, centrum Tremelo

        Schrieksebaan thv Kerk

        Baalsebaan thv Damiaanschool

        Kruisstraat thv Niels Albert Bike Store

        Betekomstraat bij inrijden Baal

        Nobelstraat thv school en Pimpernel

        - etc…

 

BESLUIT

11 stemmen voor: Paul Dams, Nadia Van Beughem, Leo Van Win, Alain Verschaeren, Chris Lievens, Christoph Torfs, Katrien van Gilse, Jolien Wittemans, Sonja Van Espen, Kimberley Leys en Ludovic Geuens

14 stemmen tegen: Bert De Wit, Bertrand Eraly, Elynn Van Uffel, Nico Scheers, Diana Van Leemputten, Diane Willems, Jan Van Herck, Luc Goffin, Joris Heremans, Steven De Haes, Hannah Desaever, Conan Mattheus, Mario Mergaerts en Paul Mergaerts

 

Art.1.

Het college van burgemeester en schepenen wordt belast met het uitvoeren van een onderzoek naar de haalbaarheid, kostprijs en verkeersveiligheidseffecten van het plaatsen van LED-wegmarkeringen aan strategisch geselecteerde zebrapaden in de gemeente.

 

Art.2

In dit onderzoek wordt prioritair aandacht besteed aan risicovolle locaties, in het bijzonder aan schoolomgevingen, invalswegen van bebouwde kommen en drukke, minder goed verlichte wegen.

 

Art.3

Het college brengt binnen een redelijke termijn verslag uit aan de gemeenteraad, met een gemotiveerd voorstel tot eventuele gefaseerde uitvoering en bijhorende budgettaire raming.

 

 

 

Publicatiedatum: 28/04/2026
Overzicht punten

 

Zitting van 26 maart 2026

 

Afdeling P&O

 

Secretariaat

T.2. Dossiernaam: Extra agendapunt 2 - op vraag van Groen
Onderwerp: Opstart van UiTPAS in onze gemeente

 

 

Voorgeschiedenis

17 maart 2026: mail van gemeenteraadslid Christoph Torfs. Hij wenst een extra agendapunt toe te voegen aan de gemeenteraad van 26 maart 2026.

 

Feiten en context

Vrije tijd, cultuur en sport versterken de sociale cohesie, het mentaal welzijn en de participatie van inwoners. Toch ervaren sommige inwoners nog steeds een financiële of sociale drempel om deel te nemen aan het aanbod in onze gemeente.  De UiTPAS is een bewezen spaar- en voordelenkaart die kansentarieven mogelijk maakt voor mensen in armoede.  Zo kunnen inwoners met een laag inkomen genieten van 80% korting op UiTPAS-activiteiten in hun UiTPAS-gemeente (of regio).  De UiTPAS telt op dit ogenblik 600 000 pashouders in meer dan 160 gemeente en ongeveer 6000 vrijetijdorganisaties in Vlaanderen en Brussel.

 

Argumentatie

Met het vooruitzicht dat Leuven in 2030 Culturele Hoofdstad van Europa zal worden lijkt het ons het geschikte periode om de UiTPAS te introduceren in onze gemeente.  Op die manier kunnen we de komende jaren vlot aansluiten bij de Regio Leuven, of bij een mogelijke Intergemeentelijke Samenwerking door Cobra.  Tevens zal daardoor de drempel om in te stappen in het systeem van de UiTPAS bij de meeste van onze inwoners weggewerkt zijn.

 

Met de invoering van de UiTPAS beoogt de gemeente:

 

- De sociale inclusie te versterken via een geïntegreerd kansentariefsysteem: Als mensen in armoede hun UiTPAS gebruiken voor een ticket dan betalen ze zelf 20%. 40% van de kost wordt gedragen door de organisator en 40% door het gemeentebestuur. Dit systeem zorgt ervoor dat mensen met een beperkt inkomen ook toegang hebben tot cultuur, sport en vrije tijd wat essentieel is voor hun cultureel en sociaal leven. 

 

- De participatie aan cultuur-, jeugd-, sport- en verenigingsactiviteiten te verhogen: Verenigingen en organisaties die al een tijd met de UiTPAS werken spreken over tal wat voordelen.  Zo bereiken ze meer mensen voor hun activiteiten en trekken ze meer leden aan door de diverse UiTPAS-communicatiekanalen.

 

Het introduceren van de UiTPAS kadert ook in verschillende actieplannen uit het 'Meerjarenplan 2026-2031':

AP000002: bestrijden kansarmoede en activering op maat

AP000006: uitbreiding BOA-aanbod ism partners

AP000018: ondersteunen van verenigingen en vrijwilligers 

 

BESLUIT

11 stemmen voor: Paul Dams, Nadia Van Beughem, Leo Van Win, Alain Verschaeren, Chris Lievens, Christoph Torfs, Katrien van Gilse, Jolien Wittemans, Sonja Van Espen, Kimberley Leys en Ludovic Geuens

14 stemmen tegen: Bert De Wit, Bertrand Eraly, Elynn Van Uffel, Nico Scheers, Diana Van Leemputten, Diane Willems, Jan Van Herck, Luc Goffin, Joris Heremans, Steven De Haes, Hannah Desaever, Conan Mattheus, Mario Mergaerts en Paul Mergaerts

 

Art. 1:

De raad beslist principieel akkoord te gaan met de opstart van de UiTPAS in Tremelo.

 

Art. 2:

De raad beslist om het college van burgemeester en schepenen te gelasten met het uitwerken van een concreet implementatie- en financieringsplan.

 

Art. 3:

De raad beslist om de nodige kredieten te voorzien bij de eerstvolgende budgetwijziging.

 

Art. 4:

De raad beslist om op termijn aan te sluiten bij regio Leuven of bij een mogelijke intergemeentelijke samenwerking door COBRA.

 

 

 

Publicatiedatum: 28/04/2026
Overzicht punten

 

Zitting van 26 maart 2026

 

Afdeling P&O

 

Secretariaat

T.3. Dossiernaam: Extra agendapunt 3 - op vraag van TremeloBaal.nU
Onderwerp: Standgeld marktkramers

 

 

Voorgeschiedenis

18 maart 2026: mail van gemeenteraadslid Chris Lievens. Hij wenst namens Paul Dams (TremeloBaal.nU) een agendapunt toe te voegen aan de gemeenteraad van 26 maart 2026.

        29 november 2012: Vaststelling van het gemeentelijk retributiereglement voor kermissen en markten (2013-2018) door de gemeenteraad

        29 november 2018: Vaststelling van het gemeentelijk retributiereglement voor kermissen en markten (2019-2025) door de gemeenteraad

        22 juni 2023: Vaststelling van het gemeentelijk retributiereglement voor kermissen en markten (2019-2025) door de gemeenteraad (herziening)

        18 december 2025: Vaststelling van het gemeentelijk retributiereglement voor kermissen en markten (2026-2031) door de gemeenteraad

 

        Artikel 170, §4 van de Grondwet bepaalt de fiscale autonomie van de gemeente, en stelt dat geen last of belasting door een gemeente kan worden ingevoerd, dan door een beslissing van haar raad;

        Artikel 173 van de Grondwet bepaalt dat van de burger een retributie gevorderd kan worden als belasting ten behoeve van de gemeente;

        Artikel 40, §3 van het Decreet Lokaal Bestuur bepaalt dat het tot de bevoegdheid van de gemeenteraad behoort om reglementen vast te stellen die betrekking hebben op de gemeentelijke retributies.

 

Argumentatie

Recent worden we in Tremelo geconfronteerd met een achteruitgang in het aantal standhouders op de wekelijkse markt. Dit is een evolutie die aan meerdere elementen kan toegewezen worden, zoals een verminderd bezoekersaantal wellicht omwille van een verouderende bevolking, minder interesse vanwege marktkramers omwille van de leegstand in het dorp met daardoor een verminderde beleving. Dit is een evolutie die we wensen te stoppen en zelfs om te keren. We willen dat Tremelo bruist en haar wekelijkse markt een trekpleister is.

Om dit te bewerkstelligen wensen we het standgeld dat gevraagd aan de marktkramers te herbekijken dan wel helemaal af te schaffen, waarvoor we wel degelijk een aantal argumenten zien, namelijk:

        Versterking van de lokale economie:

        Afschaffing/verlaging zorgt ervoor dat meer marktkramers aangetrokken worden: een lager instapkost maakt de markt aantrekkelijker, zeker voor kleine of startende marktkramers;

        Meer marktkramers zorgt voor een grotere diversiteit aan aanbod. Meer keuze trekt meer bezoekers aan;

        Meer beleving zorgt tegelijkertijd voor spill-over naar de lokale handel: bezoekers combineren marktbezoek vaak met lokale winkels en horeca, wat indirect zorgt voor de verhoging van de omzet van de horeca en van de detailhandel. Dit zorgt ook voor meer zichtbaarheid van de lokale winkels.


Op deze manier fungeert de markt als economische trekker voor het centrum van de gemeente

        Sociale cohesie en leefbaarheid:

        De wekelijkse markt is een laagdrempelige ontmoetingsplek voor de bewoners van Tremelo en Baal en zelfs de omliggende dorpen. Dit is vooral belangrijk voor ouderen, minder mobiele inwoners maar ook mensen zonder een groot sociaal netwerk

        Tegelijkertijd verhoogt dit het dorpsgevoel
 

De markt blijft op deze manier een vaste waarde in het lokale leven waar bovendien ontmoeting en lokale producten samenkomen!

        Minder administratieve kosten voor de gemeente:

        Standgeld innen betekent ook facturatie en inning van standgelden

        Controle op de markt en de boekhouding

        Opvolging van wanbetalers

 

Gezien de relatief lage kost in Tremelo, zal de administratieve kost wellicht ongeveer even groot zijn als de opbrengst uit het standgeld (€ 300 / jaar voor kleinere standen; € 450 / jaar voor grotere standen met een geschatte opbrengst van € 26.000)

 

        Concurrentie met omliggende gemeenten:

        Marktkramers kiezen vaak de markten waarop zij aanwezig zijn aan de hand van de bezoekersaantallen en het verschuldigde standgeld
 

Lagere tarieven maken onze gemeente aantrekkelijker in de regionale concurrentie tussen markten

Omwille van bovenstaande argumenten stellen we voor om het standgeld voor marktkramers voor de wekelijkse markt in Tremelo-Baal af te schaffen, weliswaar na consultatie van de bevoegde adviesraad (omgeving).

 

BESLUIT

9 stemmen voor: Paul Dams, Nadia Van Beughem, Leo Van Win, Alain Verschaeren, Chris Lievens, Jolien Wittemans, Sonja Van Espen, Kimberley Leys en Ludovic Geuens

15 stemmen tegen: Bert De Wit, Bertrand Eraly, Elynn Van Uffel, Nico Scheers, Diana Van Leemputten, Diane Willems, Jan Van Herck, Christoph Torfs, Luc Goffin, Joris Heremans, Steven De Haes, Hannah Desaever, Conan Mattheus, Mario Mergaerts en Paul Mergaerts

1 onthouding: Katrien van Gilse

 

Art.1:

De Gemeenteraad draagt het College van Burgemeester en Schepenen op de Adviesraad Omgeving om advies te verzoeken ten einde het standgeld voor de wekelijkse markt voor de vaste dan wel occasionele marktkramers af te schaffen.

Art.2:

De Gemeenteraad draagt het College van Burgemeester en Schepenen op, na advies van Adviesraad Omgeving, te zorgen voor de nodige modaliteiten, met name (1) de herziening van het gemeentelijke retributiereglement voor kermissen en markten; (2) de aanpassing van het Meerjarenplan; (3) de communicatie via de gemeentelijke website van het herziene reglement en dit vóór de herziening van het Meerjarenplan in 2026.

 

 

 

Publicatiedatum: 28/04/2026
Disclaimer

Publicatie LBLOD

De applicatie "Meeting.burger" helpt lokale besturen bij het aanmaken, annoteren en publiceren van agenda's, besluiten en notulen volgens het principe van gelinkte open data.

Wanneer een publicatie wordt uitgevoerd, wordt er een expliciete "bundel" van het document opgeslagen. Op dat moment is het document inhoudelijk niet meer aanpasbaar door de gebruiker. Deze "bundel" bestaat uit:

Al deze gegevens staan op een aparte publicatie omgeving die beveiligd toegankelijk is voor een beperkt aantal personen.