Zitting van 18 december 2025

 

Aanwezig de dames en heren:

Bert De Wit: Burgemeester;

Bertrand Eraly, Elynn Van Uffel, Nico Scheers, Diana Van Leemputten, Diane Willems: Schepenen;

Paul Dams, Nadia Van Beughem, Leo Van Win, Alain Verschaeren, Chris Lievens, Luc Goffin, Christoph Torfs, Nele De Preter, Joris Heremans, Katrien van Gilse, Jolien Wittemans, Steven De Haes, Hannah Desaever, Conan Mattheus, Sonja Van Espen, Kimberley Leys, Mario Mergaerts: Raadsleden;

Wim Vandenbroeck: Algemeen directeur;

Verontschuldigd:

Ludovic Geuens: Raadslid;

 

 

Overzicht punten

 

Zitting van 18 december 2025

 

OCMW

 

Bestuur en Werking

P.1. Dossiernaam: Goedkeuring notulen open RMW
Onderwerp: Goedkeuring notulen open raad voor maatschappelijk welzijn 27 november 2025

 

 

Voorgeschiedenis

27 november 2025: raad voor maatschappelijk welzijn

 

Juridische grond

Het decreet van 22 december 2017 over het lokaal bestuur. De raad voor maatschappelijk welzijn keurt, mits eventuele aanpassingen, de notulen van de open raad voor maatschappelijk welzijn goed.

 

BESLUIT

eenparig

 

Art. 1:

De raad keurt de notulen van de open zitting van 27 november 2025 goed.

 

 

 

Publicatiedatum: 10/06/2026
Overzicht punten

 

Zitting van 18 december 2025

 

Afdeling Financiële zaken

 

Financiën

P.2. Dossiernaam: Meerjarenplan 2026-2031
Onderwerp: Meerjarenplan 2026-2031 (OCMW)

 

 

Juridische grond

Decreet lokaal bestuur

Artikel 249.

(01/01/2020- ...) 

§ 1. De beleidsrapporten van de gemeente en het openbaar centrum voor maatschappelijk welzijn zijn het meerjarenplan, de aanpassingen van het meerjarenplan en de jaarrekening.

De beleidsrapporten van de gemeente en het openbaar centrum voor maatschappelijk welzijn vormen een geïntegreerd geheel.

§ 2. Elk ontwerp van beleidsrapport wordt op zijn minst veertien dagen voor de vergadering waarop het wordt besproken aan ieder lid van de gemeenteraad of de raad voor maatschappelijk welzijn bezorgd.

Vanaf het ogenblik dat het ontwerp van het beleidsrapport bezorgd is aan de raadsleden, wordt aan hen ook de bijbehorende documentatie ter beschikking gesteld.

§ 3. De gemeenteraad en de raad voor maatschappelijk welzijn stemmen over hun deel van elk beleidsrapport. Nadat de raden zo het beleidsrapport elk voor hun deel hebben vastgesteld, keurt de gemeenteraad het deel van het beleidsrapport zoals vastgesteld door de raad voor maatschappelijk welzijn goed. Door die goedkeuring wordt het beleidsrapport in zijn geheel geacht definitief vastgesteld te zijn.

De gemeenteraad kan het deel van het beleidsrapport zoals vastgesteld door de raad voor maatschappelijk welzijn niet goedkeuren als dat de financiële belangen van de gemeente bedreigt. In dat geval vervalt de eventuele vaststelling van het deel van het beleidsrapport zoals vastgesteld door de gemeenteraad.

§ 4. Elke raad stemt telkens over het geheel van zijn deel van het beleidsrapport. In afwijking daarvan kan elk raadslid de afzonderlijke stemming eisen over een of meer onderdelen die hij aanwijst. In dat geval mag de betrokken raad pas over het geheel van zijn deel van het beleidsrapport stemmen na de afzonderlijke stemming. Als deze afzonderlijke stemming tot gevolg heeft dat het ontwerp van beleidsrapport moet worden gewijzigd, wordt de stemming over het geheel verdaagd tot een volgende vergadering van de raad. Als de andere raad voordien zijn deel van het beleidsrapport al had vastgesteld, vervalt die vaststelling en stelt die raad het gewijzigde ontwerp van beleidsrapport vast op een volgende vergadering.

Artikel 250. 

(01/01/2019- ...) 

Onmiddellijk na de definitieve vaststelling van een beleidsrapport bezorgt de gemeente de gegevens over het vastgestelde beleidsrapport in digitale vorm aan de Vlaamse Regering.

Het vastgestelde beleidsrapport is pas uitvoerbaar als de digitale rapportering erover aan de Vlaamse Regering is bezorgd.

Als er nog geen jaarrekening is vastgesteld op 30 juni van het jaar dat volgt op het boekjaar in kwestie bezorgt de gemeente de gegevens over het ontwerp van jaarrekening in digitale vorm aan de Vlaamse Regering.

Artikel 251.

(01/01/2020- ...) 

In de beleidsrapporten wordt een onderscheid gemaakt tussen de exploitatie, de investeringen en de financiering.

Artikel 252.  (01/01/2019- ...) 

Het boekjaar begint op 1 januari en eindigt op 31 december van hetzelfde jaar.

Artikel 253.

01/01/2020- ...) 

Elke gemeente en elk openbaar centrum voor maatschappelijk welzijn voeren een algemene en een budgettaire boekhouding, aangepast aan de aard en de omvang van hun activiteiten.

Artikel 254.

(01/01/2020- ...) 

Voor het einde van het jaar dat volgt op de gemeenteraadsverkiezingen wordt een meerjarenplan vastgesteld. Dat meerjarenplan bestaat uit een strategische nota, een financiële nota en een toelichting.

Het meerjarenplan start in het tweede jaar dat volgt op de gemeenteraadsverkiezingen en loopt af op het einde van het jaar na de daaropvolgende gemeenteraadsverkiezingen.

Artikel 255.

(01/01/2020- ...) 

In de strategische nota van het meerjarenplan worden de beleidsverklaring, de beleidsdoelstellingen en de beleidsopties voor het extern en intern te voeren beleid geïntegreerd weergegeven.

In de financiële nota van het meerjarenplan wordt de financiële vertaling van de beleidsopties van de strategische nota weergegeven en wordt verduidelijkt hoe het financiële evenwicht wordt gehandhaafd.

De toelichting van het meerjarenplan bevat alle informatie over de verrichtingen in het ontwerp van meerjarenplan die relevant is voor de raadsleden om met kennis van zaken een beslissing te kunnen nemen.

Artikel 256.

01/01/2020- ...) 

De ramingen voor de exploitatie, de investeringen en de financiering in het eerste jaar van de financiële nota van het meerjarenplan omvatten ook de kredieten voor de gemeente en de kredieten voor het openbaar centrum voor maatschappelijk welzijn voor dat boekjaar.

 

Artikel 596.  (01/01/2019- ...) 

Op het meerjarenplan 2026-2031 van de gemeenten en de openbare centra voor maatschappelijk welzijn zijn de volgende artikelen van toepassing, ook als dat meerjarenplan al vóór 1 januari 2026 wordt vastgesteld:

 1° artikel 249;

 2° artikel 251;

 3° artikel 253;

 4° artikel 254;

 5° artikel 255.

 

Op de aanpassingen van het meerjarenplan, de budgetten en de budgetwijzigingen van de gemeenten en de openbare centra voor maatschappelijk welzijn is vanaf 1 januari 2019 artikel 249, § 3, van overeenkomstige toepassing.

 

Artikel 597.  (01/01/2019- ...) 

§ 1. De Vlaamse Regering kan, op voorwaarde dat zowel de gemeenteraad als de raad voor maatschappelijk welzijn dat vraagt, de volgende artikelen al op 1 januari 2019 in werking laten treden bij bepaalde gemeenten en openbare centra voor maatschappelijk welzijn:

 1° artikel 249;

 2° artikel 251;

 3° artikel 253;

 4° artikel 254;

 5° artikel 255;

 6° artikel 256;

 7° artikel 257;

 8° artikel 258;

 9° artikel 263;

 10° artikel 368, wat betreft de toepassing van artikel 249, 251, 253 tot en met 258 en 263.

 

Argumentatie

Voor het einde van het jaar dat volgt op de gemeenteraadsverkiezingen wordt een meerjarenplan vastgesteld. Dat meerjarenplan bestaat uit een strategische nota, een financiële nota en een toelichting.

 

Het meerjarenplan start in het tweede jaar dat volgt op de gemeenteraadsverkiezingen en loopt af op het einde van het jaar na de daaropvolgende gemeenteraadsverkiezingen.

 

In de strategische nota van het meerjarenplan worden de beleidsverklaring, de beleidsdoelstellingen en de beleidsopties voor het extern en intern te voeren beleid geïntegreerd weergegeven.

 

In de financiële nota van het meerjarenplan wordt de financiële vertaling van de beleidsopties van de strategische nota weergegeven en wordt verduidelijkt hoe het financiële evenwicht wordt gehandhaafd.

 

De toelichting van het meerjarenplan bevat alle informatie over de verrichtingen in het ontwerp van meerjarenplan die relevant is voor de raadsleden om met kennis van zaken een beslissing te kunnen nemen.

 

De ramingen voor de exploitatie, de investeringen en de financiering in het eerste jaar van de financiële nota van het meerjarenplan omvatten ook de kredieten voor de gemeente en de kredieten voor het openbaar centrum voor maatschappelijk welzijn voor dat boekjaar.

 

BESLUIT

14 stemmen voor: Bert De Wit, Bertrand Eraly, Elynn Van Uffel, Nico Scheers, Diana Van Leemputten, Diane Willems, Jan Van Herck, Luc Goffin, Nele De Preter, Joris Heremans, Steven De Haes, Hannah Desaever, Conan Mattheus en Mario Mergaerts

9 stemmen tegen: Paul Dams, Nadia Van Beughem, Leo Van Win, Alain Verschaeren, Chris Lievens, Katrien van Gilse, Jolien Wittemans, Sonja Van Espen en Kimberley Leys

1 onthouding: Christoph Torfs

 

Art. 1:

De raad voor maatschappelijk welzijn stelt het deel van het OCMW in het meerjarenplan 2026-2031 vast.

 

 

 

Publicatiedatum: 10/06/2026
Overzicht punten

 

Zitting van 18 december 2025

 

OCMW

 

Thuisdiensten

P.3. Dossiernaam: Reglement Mobitwin
Onderwerp: Reglement Mobitwin

 

 

Voorgeschiedenis

Onze dienst Mobitwin voor vervoer van minder mobiele personen (vroeger Taxistop of Mindermobielencentrale) ging van start begin april 2011.  Ondertussen is deze dienst uitgegroeid tot een dienst met 12 chauffeurs en 121 leden.

 

Feiten en context

Het reglement was aan vernieuwing toe.  De oude benamingen werden vervangen door de benaming Mobitwin.  We hebben de lidgelden en kilometervergoeding aangepast naar de huidige tarieven en we hebben een wachtvergoeding van 2,5 euro per begonnen half uur (te tellen vanaf het tweede half uur) opgenomen in het reglement.

 

Juridische grond

Reglementering betreffende vergoeding van vrijwilligers bepaalt dat chauffeurs Mobitwin een wachtvergoeding mogen aanrekenen.

 

Advies

We deden navraag bij de naburige gemeenten over hun beleid betreffende wachtvergoeding.  Alle naburige gemeenten rekenen een wachtvergoeding aan die varieert tussen de 1,25 euro en 5 euro per haf uur.  Gemiddeld vragen ze 2,5 euro wachtvergoeding.

 

Argumentatie

Vaak verzorgen chauffeurs een heenrit en terugrit voor een lid.  In de tussentijd mogen de chauffeurs naar huis rijden en worden deze kilometers aan het lid aangerekend.  Indien het lid dit wenst, kan er ook gewacht worden ter plaatse.  Om misbruik van de tijd van de vrijwilliger te voorkomen, wensen we een wachtvergoeding in te voeren.  De chauffeur wacht een half uur gratis.  Wordt er van hem/haar verwacht dat die een langere tijd wacht, dan kan de chauffeur 2,5 euro per begonnen half uur aanrekenen.  Dit bedrag geldt als forfait voor het nuttigen van een drankje tijdens het wachten.  Voor het lid is dit in de meeste gevallen goedkoper dan het betalen van de extra kilometers terug naar het huis van de vrijwilliger.

 

Financiële weerslag

De prijsaanpassing lidgeld en kilometervergoeding werd reeds in een eerdere Raadsbeslissing goedgekeurd.  Dit betreft enkel de aanpassing van het reglement aan de huidige tarieven.  Bijgevolg is er geen financiële impact.

De aangerekende wachtvergoeding komt toe aan de vrijwillige chauffeurs.

 

BESLUIT

eenparig

 

Art. 1:

De Raad voor Maatschappelijk Welzijn beslist tot het invoeren van een wachtvergoeding van 2,5 euro per begonnen half uur (te tellen vanaf het 2de half uur) vanaf 01/01/2026.  Deze vergoeding wordt betaald door de leden en komt toe aan de vrijwillige chauffeurs.

Art. 2:

De Raad voor Maatschappelijk Welzijn keurt het vernieuwde reglement Mobitwin Tremelo goed met ingang vanaf 01/01/2026.

 

 

 

Publicatiedatum: 10/06/2026
Overzicht punten

 

Zitting van 18 december 2025

 

OCMW

 

Thuisdiensten

P.4. Dossiernaam: Reglement Poetsdienst - administratieve kost
Onderwerp: Reglement Poetsdienst - administratieve kost

 

 

Voorgeschiedenis

Onze poetsdienst dienstencheques is erkend als dienstencheque-onderneming (beslist in RMW 18/10/2007) en moet bijgevolg voldoen aan de richtlijnen van de Federale en Vlaamse overheid.

 

Feiten en context

Het huishoudelijk reglement is al meer dan 5 jaar niet geactualiseerd, is aan een update toe en moet aangepast worden aan de huidige regelgeving (dienstencheques, privacy, werkomstandigheden,...) .  Daarnaast wenst het bestuur een administratieve kost aan te rekenen vanaf werkjaar 2026.  Dit moet opgenomen worden in het huishoudelijk reglement.

 

Juridische grond

- Federale en Vlaamse wetgeving betreffende de dienstencheques

- wetgeving GDPR en privacy

- aanbevelingen inspectie betreffende veilige werkomstandigheden personeel

- Afsprakenkader tussen de dienstenchequesector en de Vlaamse minister van Economie, Innovatie, Werk, Sociale economie en Landbouw betreffende de aanrekening van “bijkomende kosten” en het “gezamenlijk aanbieden van producten aan diensten” aan gebruikers in het stelsel van de dienstencheques

 

Argumentatie

Gezien de financiële haalbaarheid van het blijven organiseren van poetshulp met dienstencheques in vraag werd gesteld, werden de mogelijkheden tot bijkomende inkomsten bekeken.

De wetgeving betreffende de dienstencheques laat toe om een bijkomende administratieve kost aan te rekenen aan de gebruikers van de dienstencheques.  Deze bijkomende kosten kunnen de vorm aannemen van een vaste bijdrage per uur, per dienstenchequeprestatie of een vaste bijdrage op periodieke basis ( bijv. per maand, kwartaal, jaar,…)

Heel wat dienstencheque-ondernemingen rekenen deze kost reeds aan.  Deze varieert tussen de 0 en 6 euro per dienstencheque.  Zo rekent Ferm een kost van €2,5 per dienstencheque en Imens een kost van €4 per dienstencheque aan.  WIT (Tremelo) rekent €2 aan, Agilitas rekent 120 euro per jaar aan.

De kost moet aangerekend worden aan alle gebruikers (zonder discriminatie).  Deze mag niet betaald worden met dienstencheques, dus moet achteraf gefactureerd worden.  De klant moet akkoord gaan met de aanrekening van de kost.  Gezien we de klanten eerst dienen te informeren en zij daarna de mogelijkheid moeten hebben om hun dienstencheque-overeenkomst stop te zetten (opzeg 1 maand), kunnen wij de kost pas aanrekenen vanaf 01/03/2026.

De aangerekende kost wordt als volgt omschreven: Een erkende dienstencheque-onderneming mag bijkomende kosten vragen aan haar klanten bovenop de aan te rekenen dienstencheques. Dit kan omdat het bedrag van een dienstencheque niet de omkadering van de poetshulp of administratieve of organisatiekosten dekt.    De extra vergoeding dient onder meer voor:

        de ondersteuning, coaching, opleiding van de poetshulp

        werkmateriaal voor de poetshulp

        de opstart van dossiers voor nieuwe klanten

        de opmaak planning & inplannen van vervangingen

        telefonisch contact met klanten

        verwerking prestaties huishoudhulpen

        verwerken terugbetaling elektronische cheques

Wij stellen voor om een kost van 2,5 euro aan te rekenen per dienstencheque.

Daarnaast hebben we nog enkele zaken aangepast die een duidelijk verschil opleveren met het huidige reglement, dit voornamelijk om de dienst voor te behouden voor de meest hulpbehoevende cliënten:

        Leeftijd: we halen de leeftijdsvoorwaarde op van 65 naar 70+.  De mensen die reeds onder contract zijn tussen 65 en 70 kunnen hun hulp behouden, maar nieuwe aanvragen moeten minstens 70+ zijn of een medische problematiek hebben.

        Prioriteitenregeling: we voegen een prioriteitenregeling in (analoog aan gezinszorg). We voegen deze al toe aan het reglement om hier in de toekomst mee aan de slag te kunnen.

        Annulaties: max 6x/jaar annuleren, wie laattijdig annuleert (zonder overmacht) of onverwacht afwezig is, moet een boete betalen (van de inruilwaarde van de verloren dienstencheques)

        Stopzetting: na 13 weken onafgebroken afwezigheid zetten we de hulp volledig stop (analoog aan gezinszorg)

 

Financiële weerslag

In 2024 presteerden we 17.348 uur poetshulp met dienstencheques. Met de aanrekening van een administratieve kost van 2,5 euro per uur komt dit op een bijkomend inkomen voor deze dienst van 43.370 euro.

De ingevoerde boeteclausule kan de kosten van verloren uren dekken.

 

BESLUIT

14 stemmen voor: Bert De Wit, Bertrand Eraly, Elynn Van Uffel, Nico Scheers, Diana Van Leemputten, Diane Willems, Jan Van Herck, Luc Goffin, Nele De Preter, Joris Heremans, Steven De Haes, Hannah Desaever, Conan Mattheus en Mario Mergaerts

10 stemmen tegen: Paul Dams, Nadia Van Beughem, Leo Van Win, Alain Verschaeren, Chris Lievens, Christoph Torfs, Katrien van Gilse, Jolien Wittemans, Sonja Van Espen en Kimberley Leys

 

Art. 1:

De Raad voor Maatschappelijk Welzijn van 18 december 2025 heft het huidige huishoudelijk reglement voor de poetsdienst met dienstencheques op en dit vanaf 01/03/2026.

 

Art. 2:

De Raad voor Maatschappelijk Welzijn van 18 december 2025 keurt de herwerking van het huishoudelijk reglement voor de poetsdienst met dienstencheques goed met ingang vanaf 01/03/2026.

 

Art. 3:

De Raad voor Maatschappelijk Welzijn van 18 december 2025 keurt de aanrekening van een administratieve kost van 2,5 euro per dienstencheque goed.  Deze aanrekening kan ingaan vanaf 01/03/2026.

 

 

 

Publicatiedatum: 10/06/2026
Disclaimer

Publicatie LBLOD

De applicatie "Meeting.burger" helpt lokale besturen bij het aanmaken, annoteren en publiceren van agenda's, besluiten en notulen volgens het principe van gelinkte open data.

Wanneer een publicatie wordt uitgevoerd, wordt er een expliciete "bundel" van het document opgeslagen. Op dat moment is het document inhoudelijk niet meer aanpasbaar door de gebruiker. Deze "bundel" bestaat uit:

Al deze gegevens staan op een aparte publicatie omgeving die beveiligd toegankelijk is voor een beperkt aantal personen.